Pensioenzaken (2): dit jaar nog met pensioen gaan of pas in 2027?

Ben je eraan toe om met pensioen te gaan, maar twijfel je over het meest geschikte moment, gezien de komst van een nieuwe ABP-pensioenregeling vanaf volgend jaar? Weeg dit dan in ieder geval mee: als je je pensioen uitstelt tot begin 2027, kan je waarschijnlijk profiteren van een hogere invaarbonus – en dus van een hogere uitkering bij het begin van je pensioen.

Hoe zit het ook alweer?
Op 1 januari 2027 stapt ABP over op een nieuwe pensioenregeling, gebaseerd op de voorschriften en mogelijkheden van het nieuwe pensioenstelsel. Praktisch houdt die overstap in dat de opgebouwde pensioenrechten van alle deelnemers worden omgezet in een persoonlijk pensioenvermogen met dezelfde waarde. Voor gepensioneerden wordt dat vermogen vervolgens vertaald naar een pensioenuitkering. De werkenden gaan vanaf 2027 verder met pensioenkapitaal opbouwen.

Voorwaarde: voldoende dekkingsgraad
Volgens de nieuwe Pensioenwet mag deze omzetting van rechten in kapitaal alleen plaatsvinden als de dekkingsgraad van een pensioenfonds minimaal 100 procent is. Momenteel ligt de dekkingsgraad van ABP rond de 120 procent. Dat betekent dat ABP meer dan voldoende vermogen heeft om alle huidige en toekomstige pensioenen te betalen.

Een dekkingsgraad van 109 procent is al genoeg om te voldoen aan de doelstellingen van de nieuwe ABP-regeling die het pensioenfonds met de werkgevers en de bonden is overeengekomen. Denk aan extra reserves (buffers) opbouwen en het compenseren van de groep deelnemers die door de overgang naar de nieuwe opbouwregels op achterstand zouden komen, met name de huidige veertigers en vijftigers.

Het opgebouwde vermogen boven die 109 procent gaat ABP verdelen onder de deelnemers, gesteld natuurlijk dat de dekkingsgraad op 1 januari 2027 dat nog steeds toestaat. Die verdeling wordt de invaarbonus en bestaat uit twee delen.

Foto hiernaast: Harmen van Wijnen, de huidige voorzitter van het uitvoerend bestuur van ABP.

1. Algemene verhoging van het pensioen
Alle ABP-deelnemers krijgen een verhoging van hun pensioen. Hierbij moet ABP zich houden aan wettelijke rekenregels. Het pensioenfonds moet de verhoging zo becijferen dat alle deelnemers in gelijke mate van de bonus profiteren, met als referentieperiode de eerstvolgende tien jaar.

Daarbij is een belangrijke rekenfactor dat gepensioneerden gemiddeld een kortere resterende levensverwachting hebben. De waarde van hun invaarbonus zal dus minder jaren (kunnen) worden aangetast door inflatie. Om te voorkomen dat deze groep daardoor bij de overgang relatief méér bonus zou krijgen, zal de eenmalige verhoging voor gepensioneerden dus iets lager uitvallen dan de eenmalige verhoging voor actieve deelnemers.

Rekenvoorbeeld
Stel dat ABP voor dit deel van de invaarbonus 5 procent van het totale pensioenvermogen beschikbaar stelt, wat realistisch is bij de huidige dekkingsgraad. In dat geval krijgen actieve deelnemers ongeveer 5 procent extra pensioenvermogen en gepensioneerden circa 4 procent.

Wie pas begin 2027 met pensioen gaat, ontvangt dus naar verwachting als invaarbonus ongeveer 1 procent meer pensioenvermogen dan iemand die in 2026 al stopt.

2. Extra compensatie bij hoge dekkingsgraad
Bij een dekkingsgraad boven de 119 procent kan een tweede invaarbonus volgen. In dat geval reserveert ABP 3 procent van het vermogen voor het opplussen van de waarde van de pensioenen van deelnemers die jarenlang te weinig indexatie hebben gekregen om de prijsstijgingen te corrigeren.

  • Hoe langer je bij ABP bent aangesloten, hoe hoger deze compensatie zal zijn.
  • De datum waarop je met pensioen gaat heeft geen invloed op de hoogte van deze compensatie.

Extra aandachtspunt voor (jonge) zestigers
Overweeg je om relatief jong met pensioen te gaan, dan is er nog een belangrijk punt om rekening mee te houden: de premiecompensatie. Vanaf 2027 wordt het percentage dat je in een jaar aan pensioen opbouwt bepaald door het aantal jaren dat je ingelegde premie nog rendement kan opbrengen. Als jongere bouw je daardoor het meeste werknemerspensioen op. Die opbouw vermindert naarmate je ouder wordt.

Compensatie 40- en 50-jarigen
Het verantwoord doorvoeren van deze verandering vereist extra aandacht voor de pensioenopbouw van de huidige 40- en 50-jarigen. Zonder aanvullende maatregelen krijgen die deelnemers vanaf 2027 voor hun jaarlijkse inleg minder pensioenopbouw terug, waardoor hun uiteindelijke pensioenvermogen (flink wat) lager kan uitvallen dan verwacht. Om dat te voorkomen hebben de werkgevers, de bonden en ABP voor deze groep een speciale compensatie afgesproken.

Ook als (jonge) zestiger kun je hiervoor nog in aanmerking komen, maar alleen als je op 31 december van dit jaar nog actief ABP-deelnemer bent. Wie eerder stopt, loopt deze compensatie mogelijk mis.

———————————————————————————-

Conclusie: pensioen uitstellen kan lonen
Twijfel je tussen in 2026 met pensioen gaan of nog even doorwerken tot begin 2027? Financieel gezien kan dat laatste gunstiger zijn, omdat je dan waarschijnlijk profiteert van een hogere invaarbonus en het recht behoudt op bepaalde compensaties. Door deze beide factoren kunnen je pensioenuitkeringen vervolgens netto hoger uitvallen.

Laat je altijd goed informeren en bereken je persoonlijke situatie, bijvoorbeeld met een pensioenambassadeur van het korps of via MijnABP. De NPB een vraag stellen over dit onderwerp kan natuurlijk ook en wel door HIER TE KLIKKEN.