Op een nazomerdag in 2024 rijdt een aspirant achteruit het parkeerterrein van een politiebureau af. Helaas raakt hij bij die manoeuvre een betonnen paaltje. Met als resultaat een schadepost van paar duizend euro. Een schade die hij tevergeefs bij de werkgever neerlegde, maar waarvan de rechtbank nu oordeelt dat de claim volkomen terecht is.
De aanvraag ‘schade aan persoonlijke eigendommen’ werd zowel bij het oorspronkelijke indienen en het daaropvolgende bezwaar afgewezen. Daarop besloot de betreffende aspirant dit besluit aan de rechtbank voor te leggen. De rechter oordeelde vervolgens dat de korpschef ten onrechte weigerde de schade aan de privéauto van een politiemedewerker te vergoeden.
Buiten zijn schuld
Volgens de rechtbank vervalt het recht op vergoeding als schade is veroorzaakt door opzet, bewuste roekeloosheid of grove nalatigheid van de medewerker. De ‘gewone’ onoplettendheid’ die de korpschef aanhaalde, was geen reden om de schadeclaim af te wijzen. De uitspraak van de rechter was gebaseerd op artikel 69 van het Barp (Besluit algemene rechtspositie politie) en artikel 2 van de Regeling vergoeding schade persoonlijk eigendom. Hierin is bepaald dat een politiemedewerker recht op vergoeding van schade aan eigen bezittingen heeft als schade ‘buiten zijn schuld’ is opgelopen tijdens de uitoefening van de dienst.
Redenatie rechter
In de zaak stond niet ter discussie of de schade aan de auto was ontstaan tijdens diensttijd. De vraag was hoe ‘buiten zijn schuld’ moest worden uitgelegd. De rechtbank oordeelde dat artikel 2 van de Regeling deze norm nader invult: er bestaat alleen géén recht op vergoeding als de schade is veroorzaakt door opzettelijk onrechtmatig of wederrechtelijk handelen, bewuste roekeloosheid of grove nalatigheid van de medewerker. Omdat vaststond dat hier bij de aspirant geen sprake was, had de korpschef de schade moeten vergoeden. Het beroep werd daarop gegrond verklaard en het besluit van de korpschef vernietigd. De rechter gaf tevens de opdracht om alsnog de volledige schade uit te keren, plus de wettelijke rente.
Wat betekent dit voor jou?
Deze uitspraak bevestigt dat de lat voor het afwijzen van een schadeclaim op eigen bezittingen hoog ligt. Alleen bij opzet, bewuste roekeloosheid of grove nalatigheid vervalt het recht op vergoeding. Dus als je tijdens je dienst schade oploopt aan je persoonlijke eigendommen en wordt je aanvraag afgewezen met het argument dat je ‘niet buiten je schuld’ hebt gehandeld, dan is dat dus niet zonder meer terecht. Neem in zo’n geval contact op met de NPB voor advies of juridische bijstand. Let op: er moet dan wel sprake zijn van een dienstreis. Als je schade oploopt tijdens woon-werkverkeer, dan kan de NPB niet voor je in actie komen.
