13 november 2020

VIK-onderzoeken een ongecontroleerde bende

De Nationale Politie gaat zeer onzorgvuldig te werk bij het onderzoeken van mogelijk plichtsverzuim door politiemensen. Dat blijkt uit een vandaag naar de Tweede Kamer gestuurd evaluatierapport over de afdelingen Veiligheid, Integriteit en Klachten (VIK). NPB-voorzitter Jan Struijs: ‘Het is al jaren een ongecontroleerde bende, met als gevolg dat incompetente leidinggevenden veel ruimte hebben gekregen voor willekeur en machtsmisbruik. Het is een schande dat het korps al die tijd heeft weggekeken terwijl eersteklas collega’s ten onrechte door de mangel werden gehaald.’

Uit het onderzoeksrapport blijkt dat de aanpak van de interne onderzoeken bijzonder slecht geregeld is. Om te beginnen is nergens vastgelegd welke feiten (= vermoedens van plichtsverzuim) aanleiding kunnen geven tot het instellen van een onderzoek. Ook zijn er geen maximale doorlooptijden bepaald. Criteria waaraan de registratie en verslaglegging moeten voldoen ontbreken, net als duidelijke richtlijnen over de middelen die tijdens een intern onderzoek mogen worden ingezet en de informatie die daarbij mag worden gebruikt.

Willekeur 1
Struijs: ‘Door deze verwaarloosde regelgeving lopen politiemedewerkers het risico het slachtoffer te worden van willekeur, willekeur en nog eens willekeur. In de ene eenheid wordt een intern onderzoek sneller gestart dan in een andere; in eenheid X worden uitingen van collega’s op sociale media en in besloten appgroepen wel onderzocht en in eenheid Y niet.’

Willekeur 2
Naast het gebrek aan landelijke spelregels wordt in het onderzoeksrapport nog een ander kwaliteitsprobleem aangekaart: beschikken VIK-onderzoekers (LFNP-functie operationeel specialist A) wel over de benodigde opleiding en competenties? In de praktijk blijken ze behoorlijk vrij spel te hebben om hun onderzoek naar eigen inzicht in te vullen en eventueel ook aan te vullen. Zoals in het rapport wordt gemeld: ‘Soms lijken ze de oorspronkelijke onderzoeksopdracht uit het oog te verliezen en wordt ruimer onderzoek gedaan zonder dat het bevoegd gezag om een aanvullende opdracht wordt gevraagd.’

Sleepnetconstructie
Het bovenstaande is op zich natuurlijk allemaal al verontrustend genoeg. Toch vindt NPB-voorzitter Jan Struijs het jammer dat het rapport niet wat dieper ingaat op het misbruik dat in de huidige situatie van de VIK wordt gemaakt. ‘Helaas komt het regelmatig voor dat een leidinggevende alleen maar een intern onderzoek laat instellen om een lastige medewerker weer in het gareel te krijgen of te kunnen ontslaan. Ik weet waar ik het over heb; de NPB heeft over dat soort kwesties al heel wat rechtszaken gevoerd. De chef geeft dan opdracht voor een zogenaamd oriënterend onderzoek. Daarbij wordt een sleepnetconstructie toegepast: alle door de lastige collega opgemaakte formulieren en declaraties en al zijn mails en appgesprekken van de laatste jaren worden doorgespit. Meestal duikt er dan wel iets op dat de chef kan framen als plichtsverzuim.’

Gekonkel
Er zijn zelfs gevallen bekend waarin de chef een eenmaal gestart VIK-onderzoek actief bijstuurde en ook een vinger in de pap had bij het formuleren van het eindoordeel. Struijs: ‘Bedenk daarbij dat de gevolgen van dit soort gekonkel zeer ingrijpend kunnen zijn: zowel voor de individuele collega als voor het korps. De doorlooptijden van interne onderzoeken zijn vaak lang – volgens het evaluatierapport gemiddeld 132 dagen. De onderzochte medewerkers worden al die tijd buiten functie gesteld en mogen geen contact meer hebben met hun collega’s. Ze worden gehoord als verdachten en niet als betrokken politiemensen. De begeleiding vanuit de werkgever is veelal zo goed als afwezig. Al met al is de emotionele impact op deze collega’s, hun familie en teamleden enorm.’

Geen enkel krediet opgebouwd
De NPB heeft er dan ook weinig begrip voor dat het korps zo lang heeft weggekeken van het misbruik dat leidinggevenden van de VIK kunnen maken. Struijs: ‘Kennelijk is het bij de politie zo dat je jarenlang uitstekend werk kunt verrichten in criminele buurten, onder zware en risicovolle omstandigheden, maar dat je daardoor niet beschermd bent tegen een oneervol ontslag omdat een chef genoeg van je heeft. Hetzij vanwege je kritische opmerkingen, hetzij vanwege de mentale blessure die je na vele lange dienstjaren hebt opgelopen. Hoeveel criminelen je ook hebt aangehouden, hoeveel mensenlevens je ook hebt gered – op een dag kan zomaar blijken dat je in de ogen van het korps geen enkel krediet hebt opgebouwd.’

Klassenjustitie
De NPB mist in het evaluatierapport ook de constatering dat VIK-onderzoeken bijna alleen maar worden ingesteld naar het doen en laten van uitvoerend personeel. De rol van chefs wordt zelden tegen het licht gehouden. Struijs: ‘Op de werkvloer gaat men ervan uit dat leidinggevenden elkaar de hand boven het hoofd houden – als het moet ten koste van een of meer uitvoerende medewerkers. De praktijk geeft helaas vrij veel voeding aan deze verwachting. En dat terwijl veel ontdekte ‘fouten’ van politiemensen terug te voeren zijn op achterstanden in de bijscholing en training, slechte ICT-voorzieningen, bureaucratische hobbels en een te hoge administratieve lastendruk. Allemaal organisatorische gebreken waarvoor de leidinggevende klasse verantwoordelijk is.’

Al met al wordt het hoog tijd om de interne onderzoeken binnen de Nationale Politie op een andere leest te schoeien. Struijs: ‘Zelfs VIK-medewerkers melden dat het zo niet langer door kan gaan. Ook zij willen meer houvast en uniformiteit bij het uitvoeren van interne onderzoeken en meer ruimte voor adviserende en preventieve adviezen.’

De NPB vindt de aanbevelingen in het evaluatierapport niet ver genoeg gaan. Zij wekken toch de schijn dat het korps graag de slager wil blijven die zijn eigen vlees keurt. Struijs: ‘Volgens mij is het echt noodzakelijk dat het besluit om al dan niet een intern onderzoek in te stellen wordt toevertrouwd aan een onafhankelijke partij. En datzelfde geldt voor de daaropvolgende uitvoering. Elke andere aanpak laat ruimte voor willekeur. Het is prima dat politiemensen worden aangesproken op fouten, maar het is onverteerbaar dat ze worden afgerekend op kritisch meedenken over het korps of een verminderde inzetbaarheid na jaren politiewerk.’

  • Het juridisch aanvechten van de gevolgen van onzorgvuldige interne onderzoeken is al jaren een van de (dag)taken van de NPB. Lees meer daarover in SLORDIG STRAFBELEID - het rekbare begrip plichtsverzuim, gepubliceerd in het NPB-bondsblad van april 2020.
Meer over:
Rechtspositie