Het huidige aanstellingsbeleid van de Nationale Politie sluit mensen met een hoortoestel automatisch uit van de basispolitieopleiding. Het korps maakt zich daardoor schuldig aan discriminatie op basis van een handicap of chronische ziekte, aangezien dit totaalverbod gebaseerd is op de technologische stand van zaken in 2002. Dat oordeel heeft het College voor de Rechten van de Mens (CRM) op 30 maart geveld in een door de NPB aangespannen zaak.
De NPB heeft de werkgever inmiddels formeel verzocht om een nieuw deskundigenonderzoek naar de veiligheidsrisico’s die het dragen van een hoortoestel tijdens politiewerk anno 2026 met zich meebrengt. Het is aannemelijk dat die risico’s aanzienlijk verminderd zijn door de wetenschappelijke vooruitgang. In de afgelopen 24 jaar zijn hoortoestellen kleiner geworden, geavanceerder en gebruiksvriendelijker. Er zijn nu ook toestellen die je volledig in het oor kunt dragen en die volkomen waterbestendig zijn.
Het NPB-voorstel zal op donderdag 31 mei worden besproken tijdens een technisch arbeidsvoorwaardenoverleg tussen de politiebonden en de werkgever (minister van Justitie en Veiligheid en korpschef).
College voor de Rechten van de Mens
Het College voor de Rechten van de Mens is een onafhankelijk instituut dat toezicht houdt op naleving van de mensenrechten in Nederland. Iedereen die zich gediscrimineerd voelt op het werk, in het onderwijs of als consument, kan daarvan bij het CRM melding maken of een klacht indienen. Het College oordeelt dan of er inderdaad sprake is van overtredingen van de wet- en regelgeving op het gebied van gelijke behandeling.
NPB-jurist Eva Nieuwenhuizen-Demirci besloot vorig jaar het College om een oordeel te vragen over het huidige korpsbeleid ten aanzien van mensen die een hoortoestel moeten dragen. Ze deed dat om een doorbraak te forceren in het arbeidsconflict waarvoor een NPB-lid haar hulp had ingeroepen.
Gehoorbeperking
Deze collega – laten we haar in dit artikel Annabel noemen – heeft een gehoorbeperking waarvoor ze aan beide kanten van haar hoofd een hoortoestel draagt. Dat was geen enkel probleem zolang ze als politiemedewerker actief was op intelligence-gebied. In 2024 besloot ze echter te solliciteren naar een functie binnen het vakgebied gebiedsgebonden politiezorg (GGP), inclusief de daarvoor noodzakelijke basispolitieopleiding.
In eerste instantie ging alles naar wens: Annabel doorliep met succes de selectieonderdelen voor toelating tot de opleiding. Maar de uiteindelijke medische keuring gooide roet in het eten. De keuringsarts stelde daarbij vast dat ze een hoortoestel droeg. Dat is volgens artikel 11 van de Regeling aanstellingseisen politie 2023 een contra-indicatie vanwege het risico op het verlies van het toestel bij een geweldsincident en problemen bij zwemmen. Begin 2025 kreeg Annabel dan ook te horen dat het korps besloten had de sollicitatieprocedure te beëindigen.
Te zware veiligheidseisen
De NPB schreeft namens Annabel een verzoekschrift aan het College voor de Rechten van de Mens. Daarin werd gesteld dat het korps mensen met een gehoorbeperking discrimineert door het hanteren van veel te zware veiligheidseisen voor toelating tot de politieopleiding. Ten eerste het risico op het verliezen van een hoortoestel tijdens bijvoorbeeld een vechtpartij. Annabel droeg haar twee hoortoestellen al zeventien jaar en was ze nog nooit verloren, ook niet tijdens intensief sporten. Anno 2026 zijn er manieren om ze extra stevig te bevestigen of volledig in het oor te dragen. Ten tweede het risico op het uitvallen van het toestel als een agent te water moet gaan. Anno 2026 zijn er waterbestendige toestellen verkrijgbaar.
Inconsistent
De NPB stipte ook nog fijntjes aan dat mensen met een bril of contactlenzen wel gewoon de politieopleiding mogen volgen. Merkwaardig inconsistent, aangezien het risico op het kwijtraken van deze hulpmiddelen bij een vecht- of zwempartij toch veel hoger is. Het korps hield staande dat de afwijzing van Annabel geen discriminatie was geweest. Volgens de werkgever was dit besluit alleen maar genomen ter bescherming van de veiligheid en de gezondheid van haarzelf, haar collega’s en de burgers.
Wet gelijke behandeling
Het College voor de Rechten van de Mens kwam op 30 maart tot een ander oordeel. ‘Het aanmerken van een handicap of chronische ziekte en een in verband daarmee te gebruiken hulpmiddel als absolute contra-indicatie staat op gespannen voet met de Wet gelijke behandeling,’ aldus het College.
Wie een uitzondering op dat gebied mogelijk wil maken met een beroep op veiligheids- en gezondheidsrisico’s, moet die risico’s overtuigend aantonen. Daar slaagt het korps niet in, aldus het College.
‘Het deskundigenonderzoek op basis waarvan de contra-indicatie in de Regeling is opgenomen dateert uit 2002. (…) Dat betekent dat de Minister van Justitie en Veiligheid de wetenschappelijke ontwikkelingen van de afgelopen 24 jaar niet in zijn afweging heeft betrokken om het dragen van een hoortoestel als een absolute contra-indicatie aan te merken. Daartegenover staat dat verzoeker heeft onderbouwd dat de hoortoestellen kleiner en geavanceerder zijn geworden. Er zijn volledig digitale hoortoestellen en sommige toestellen zitten volledig in het oor. De hoortoestellen zijn niet alleen compacter en gebruiksvriendelijker geworden, maar in sommige gevallen ook waterbestendig.’
Geen acuut veiligheidsgevaar
Het College wijst er ook nog op dat politieagenten alleen op hun gehoor getest worden als onderdeel van de toelatingsprocedure tot de politieopleiding. Daarna spelen problemen op dat gebied nooit meer een rol bij het beoordelen van hun functioneren, ook niet als ze in de loop van hun politieloopbaan alsnog een hoortoestel moeten gaan dragen en dat al dan niet melden. Het is onduidelijk welk beleid dan geldt voor het kunnen blijven uitvoeren van de uitvoerende werkzaamheden. Wel maakt de praktijk in ieder geval duidelijk dat het dragen van een hoortoestel door agenten kennelijk niet automatisch zorgt voor acuut veiligheidsgevaar.
Discriminatie
Al met al ligt het volgens het College op de weg van de minister van Justitie en Veiligheid – sinds 23 februari 2026 opnieuw David van Weel (foto) – om een nieuw deskundigenonderzoek te (laten) doen naar de veiligheidsrisico’s die het dragen van een hoortoestel door politiemensen anno 2026 met zich meebrengt. Vooralsnog leidt het huidige aanstellingsbeleid van de Nationale Politie op dat punt tot de discriminatie van mensen met een handicap of chronische ziekte.
Zoals gezegd heeft de NPB de werkgever inmiddels via een officieel verzoek tot een dergelijk onderzoek aangespoord. Het voorstel van de NPB zal op donderdag 31 mei worden besproken tijdens een technisch arbeidsvoorwaardenoverleg tussen de politiebonden en de werkgever.
