NPB wint rechtszaak vergoeding acupunctuurkosten voor collega’s met PTSS

Een politiemedewerker met PTSS kan baat hebben bij een acupunctuurbehandeling, bijvoorbeeld in combinatie met EMDR-therapie. Als zijn arts dat overtuigend kan onderbouwen, mag het korps een vergoeding niet weigeren met als argument dat de effecten van acupunctuur op PTSS wetenschappelijk nog niet vaststaan. Dat heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant bepaald in een door de NPB aangespannen rechtszaak. Het korps is niet in hoger beroep gegaan. 

De rechtszaak draaide om een operationeel expert in de gebiedsgebonden politiezorg (GGP), bij wie in 2022 PTTS werd gediagnosticeerd. Een jaar later werd deze aandoening door de werkgever erkend als een beroepsziekte.

Reguliere zorg
Die erkenning is belangrijk, want gezondheidsproblemen van politiemedewerkers die het gevolg zijn van een dienstongeval of beroepsziekte geven aanspraak op vergoeding van de kosten van medische behandelingen door de werkgever. Voor alle duidelijkheid: die aanspraak geldt alleen voor de kosten die niet vergoed worden door je verzorgverzekeraar.

In de regel levert het declareren daarvan bij het korps geen probleem op als vast staat dat de kosten direct verband houden met de beroepsziekte en de behandeling medisch gezien noodzakelijk is om de klachten te bestrijden. Die noodzakelijkheid is een belangrijk criterium, vertelt Bo Koenders, de NPB-procesjurist die deze zaak voor haar rekening nam.

Alternatieve geneeswijzen
Tot het vergoeden van de kosten van alternatieve geneeswijzen gaat de werkgever pas over als aan twee extra voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet de geneeswijze zijn uitgevoerd door een behandelaar die als zodanig is opgenomen in het officiële BIG-register. (BIG staat voor Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg.) De tweede voorwaarde is dat in voldoende mate is getoetst dat de therapie een gunstige werking heeft – dat wil zeggen: een bijdrage levert aan het onder controle krijgen of houden van de medische klachten. 

In dit geval had de collega op advies van haar behandelaar een jaar lang acupunctuurtherapie ondergaan in aanvulling op een gelijktijdige EMDR-therapie. Het achterliggende idee was dat de behandeling door een acupuncturist zou zorgen voor minder stressklachten, slaapstoornissen en fysieke spanningsklachten. Daardoor zou de collega maximaal baat kunnen hebben van de EMDR-therapie en dus in betere conditie verkeren om haar werk te blijven doen.

De werkgever weigerde echter de kosten van de accupunctuurbehandeling te vergoeden. Hij hield vol dat deze therapie niet behoorde tot de erkende behandelingen voor PTTS. De gunstige uitwerking was onvoldoende objectief getoetst op een manier die ‘evidence-based’ is. Daardoor kon de behandeling niet worden beschouwd als medisch noodzakelijk en hoefde het korps de kosten ervan niet te vergoeden.

Beoordeling individuele situatie
De rechtbank bestempelde dit besluit van de werkgever als onrechtmatig. Bij de gemaakte afweging was te veel gewicht toegekend aan het ontbreken van voldoende effectstudies (objectief onderzoek) naar acupunctuurbehandelingen. Dat was volgens de rechtbank een te beperkte uitleg van de vaste gedragslijn van het korps op vergoedingsgebied. Die gedragslijn liet ook ruimte voor een positief besluit op basis van een beoordeling van de individuele situatie van de PTSS-patiënt en de onderbouwing van de behandeling door haar behandelaar.

Behoud arbeidsgeschiktheid
Die had daar in dit geval geen half werk van gemaakt en zeer uitgebreide verklaringen aangeleverd, inclusief verwijzingen naar relevante onderzoeken. Daardoor was volgens de rechtbank voldoende objectief aangetoond dat een acupunctuurbehandeling in combinatie met EMDR-therapie een gunstige uitwerking had of kon hebben op gezondheidsproblemen – en dus medisch noodzakelijk kon zijn.

Ook het NPB-lid verklaarde dat deze combinatie duidelijk had bijgedragen aan het herstel, de stabilisatie en het voorkomen van verergering van haar PTSS-gerelateerde klachten – en daardoor aan het behoud van haar arbeidsgeschiktheid.

Al met al concludeerde de rechtbank dat het korps een te strenge maatstaf had gehanteerd bij het besluit deze medische kosten niet te vergoeden. Hij vernietigde dat besluit en verving het door de beslissing dat de werkgever alsnog de vergoeding van € 585 diende over te maken.

Nieuwe regeling
In zijn uitspraak merkt de rechtbank op dat inmiddels de Regeling beroepsgerelateerde gezondheidsklachten politie in werking is getreden. Daarin is vastgelegd dat alternatieve behandelingen voor vergoeding in aanmerking kunnen komen als ze zijn uitgevoerd door een BIG-geregistreerde behandelaar, complementair zijn aan reguliere zorg en aantoonbaar bijdragen aan herstel, stabilisatie of het voorkomen van verergering van klachten. De juridische uitleg die de rechtbank Zeeland-West-Brabant geeft aan het voormalige beleid sluit dus naadloos aan bij de richting die inmiddels expliciet is geregeld.