De politiebonden hebben door het aanleveren van een position paper duidelijk hun stempel weten te drukken op het Tweede Kamer-debat van gisteren over geweld tegen de politie en hulpverleners. NPB-voorzitter Nine Kooiman: ‘Onze aanbevelingen voor het verhogen van de pakkans van geweldplegers en een betere bescherming van politiemensen werden breed omarmd. Onze voorbeelden droegen het debat. Door het op tijd informeren van de politieke partijen hebben we echt het verschil gemaakt.’
Het debat leidde tot het indienen van een flinke hoeveelheid moties: oproepen van de Tweede Kamer aan het kabinet. In een daarvan wordt de position paper van de politiebonden (Politie en bommengooiers – Voorkomen is beter dan genezen) zelfs met zoveel woorden genoemd.
De motie in kwestie is ingediend door JA21, met steun van de VVD, CDA, ChristenUnie, 50PLUS, SGP en de Groep Markuszower. Zij roepen de regering op ‘voor daders van geweld tegen hulpverleners makkelijker en sneller gebruik te maken van een (digitale) meldplicht of huisarrest’.
Intensievere handhaving
In hun position paper pleiten ook de politiebonden voor het intensiveren van de preventief-bestuurlijke handhaving door het vaker opleggen van een gedragsaanwijzing, bijvoorbeeld huisarrest of een meldplicht tijdens de jaarwisseling.
‘De digitale meldplicht moet uit de pilotfase en versneld landelijk uitgerold worden als standaardinstrument. Bekende relschoppers kunnen dan tijdens een jaarwisseling digitaal aan de ketting worden gelegd, waardoor de onrusthaarden in de wijken beheersbaar blijven. De beschikbare mogelijkheid voor een digitale melding via biometrie (Mini ID) lost eerdere problemen met betrouwbaarheid op door gebruik van GPS en lokale vingerafdrukopslag, wat tevens voldoet aan de strenge privacy-eisen (AVG).’
Stemming
Aanstaande dinsdag (27 januari) stemt de Tweede Kamer over de ingediende moties. Afgaande op de partijen die de motie van JA21-woordvoerder Ingrid Coenradie mede hebben ondertekend, is haar oproep verzekerd van minstens 64 voorstemmen. Om de motie aangenomen te krijgen zijn minstens 76 voorstemmen nodig (de helft van het aantal zetels in de Tweede Kamer plus een).
Standpunt minister
Volledigheidshalve: demissionair VVD-minister van Justitie en Veiligheid Foort van Oosten noemde de motie ontijdig. Hij had vooral moeite met het verzoek om een digitale meldplicht versneld mogelijk te maken. ‘Het is mijn ambitie om de digitale meldplicht op termijn breder in te zetten, zoals bij de jaarwisseling. Maar het is wel belangrijk om eerst meer casuservaring te hebben en de ketenwerkprocessen te optimaliseren. Om die reden krijgen zes extra burgemeesters op korte termijn de mogelijkheid om bij een gebiedsverbod een digitale meldplicht op te leggen. Naar verwachting is de pilotfase in de zomer afgerond en daarna kan ik de Kamer rapporteren over wat het heeft opgeleverd. De Kamer heeft dan nog voldoende tijd om eventueel voor de jaarwisseling een besluit te nemen over een bredere inzet.’
Verhoging politiebudget
In hun position paper riepen de bonden ook op om het jaarlijkse politiebudget nog dit jaar met 850 miljoen te verhogen en daardoor bezuinigingen op de politiesterkte te voorkomen. Deze boodschap vond helaas alleen weerklank in de bijdragen vanuit de oppositie. De woordvoerders van GroenLinks/PvdA en de SP vroegen aandacht voor de dringende oproep van de politiebonden. De woordvoerders van de formerende partijen (VVD, CDA en D66) hielden zich op de vlakte, verwijzend naar de nog onbekende inhoud van het regeerakkoord op dit punt.
Standpunt minister
Demissionair minister Foort van Oosten schoof elke bespreking van de financiële problemen van de Nationale Politie door naar het debat over de begroting van Justitie en Veiligheid op maandag 26 januari. In de aanloop naar dat debat stuurde hij de Kamer een informatiebrief (gedateerd 21 januari). Daaruit blijkt dat hij vanuit zijn demissionaire status geen enkel initiatief zal nemen om de Nationale Politie dit jaar nog extra budget te bezorgen.
Volgens hem zijn met de korpsleiding afspraken gemaakt over het wegwerken van het voorziene begrotingstekort voor 2026 (een bedrag van 46 miljoen) door besparingen op personeelsgebied – bijvoorbeeld door het verminderen van de overbezetting in de ondersteuning. Dat kan volgens het korps in 2026 nog zonder de slagvaardigheid van de politie aan te tasten. De hoogte van het politiebudget vanaf 2027 wordt wat Foort van Oosten betreft de politieke verantwoordelijkheid van de volgende minister van Justitie en Veiligheid.
