Congresvoorstellen 2022

Filter: Alle
Filter
3). Cadeaubon voor jubilarissen - in plaats van een speldje of beeldje

Congresvoorstel afdeling Noord-Nederland
Bondsjubilarissen wordt voortaan vooraf gevraagd of ze prijs stellen op de uitreiking van een NPB-insigne of -beeldje. Is dat niet het geval, dan kunnen ze ervoor kiezen in plaats daarvan een cadeaubon te ontvangen.

Toelichting
Veel NPB-leden waarderen de toekenning van bondsinsignes en een bondsbeeldje bij een 25-, 40-, 50-, 60- en 70-jarig bondsjubileum. Die traditie moet wat ons betreft dan ook in stand blijven. Toch zijn er ook steeds meer jubilarissen die het uitreiken van een insigne als ouderwets ervaren en er eigenlijk geen prijs op stellen (ook al nemen ze hem aan).

De ervaring leert dat leden het over het algemeen wel op prijs stellen dat de NPB een bondsjubileum niet onopgemerkt voorbij laat gaan en daar een blijk van waardering aan koppelt. Wij stellen dan ook voor de leden die van een insigne of beeldje niet warm worden een alternatief relatiegeschenk in te voeren in de vorm van een waarde- of cadeaubon.

Stemadvies
Het hoofdbestuur ontraadt het instemmen met dit congresvoorstel. De uitreiking van een ‘bondsspeldje’ bij een jubileum kent een lange traditie en is een gebaar dat niet omgezet moet worden in geldelijke waardering zoals een cadeaubon. Cruciaal is juist de persoonlijke aandacht voor en het contact met de jubilaris tijdens de huldiging. (Over het algemeen vindt de uitreiking plaats tijdens een feestelijke bijeenkomst.) Bovendien zijn aan het speldje niet veel kosten verbonden en zal een cadeaubon al snel tot extra kosten leiden.

4 en 5). Extra toetredingseis voor vakbondsfuncties: in actieve dienst zijn

4). Hoofdbestuurders en bondsraadleden moeten in actieve dienst zijn (Noord-Nederland)

Collega’s die opgaan voor een termijn als onbezoldigd hoofdbestuurder of (plaatsvervangend) lid van de bondsraad moeten op het moment van hun benoeming of verlenging in actieve dienst van de Nationale Politie zijn.

Toelichting
Het is voor de geloofwaardigheid en het gezag van de bond van groot belang dat de ledenvertegenwoordigers in de bondsraad en het hoofdbestuur in overgrote meerderheid in actieve dienst zijn. De betrokkenheid, kennis en ervaring van gepensioneerde collega’s is en blijft voor de bond van waarde, maar dan bij voorkeur in andere gremia (ledenvergadering, ledencongres, adviesorgaan) of via de (sociale) mediakanalen van de bond.

Stemadvies
Het hoofdbestuur laat het oordeel over dit voorstel aan het congres (geen stemadvies).

-------------------------------

5). Afdelingsbestuurders moeten in actieve dienst zijn (Landelijke Eenheid)

Voor verkiezing in de vier functies binnen de afdelingsbesturen van de NPB (voorzitter, secretaris, penningmeester en actiecoördinator) komen voortaan alleen collega’s in aanmerking die nog in actieve dienst zijn. Gaan ze tijdens hun zittingstermijn met pensioen, dan mogen ze tot één jaar na hun pensioendatum in functie blijven.

Toelichting
Het is voor de verbinding met de werkvloer en het gezag van de bond van groot belang dat de kaderleden in het afdelingsbestuur in actieve dienst zijn. De betrokkenheid, kennis en ervaring van gepensioneerde collega’s is en blijft voor de bond van waarde, maar dan bij voorkeur in andere gremia (ledenvergadering, ledencongres, adviesorgaan) of via de (sociale) mediakanalen van de bond.

Stemadvies
Het hoofdbestuur laat het oordeel over dit voorstel aan het congres over (geen stemadvies).

6 t/m 12). Invoering HB-stageplek voor NPB-lid t/m 35 jaar

Toelichting adviesorgaan NPB Jong
Het verleden heeft bewezen dat het lastig is om nieuwe (jonge) kaderleden te enthousiasmeren om zich verkiesbaar te stellen voor het hoofdbestuur. Hieraan liggen meerdere redenen ten grondslag, zoals het voorrang geven aan persoonlijke ontwikkeling, privé-omstandigheden en onbekendheid met wat het hoofdbestuur precies kan en doet. Om in deze laatste factor verbetering te brengen wil NPB Jong de volgende voorstellen aan het congres voorleggen.

6). Invoering HB-stageplek voor NPB-lid t/m 35 jaar (NPB Jong)

Adviesorgaan NPB Jong stelt voor om standaard één NPB-lid met een leeftijd van hooguit 35 jaar aan het hoofdbestuur toe te voegen als stagiair en mogelijk beoogd toekomstig HB-lid.

Stemadvies
Het hoofdbestuur is positief over dit voorstel maar zal een amendement indienen dat voorstelt de stagemogelijkheid uit te breiden tot twee NPB-leden die tegelijkertijd stage lopen bij het hoofdbestuur.

----------------------------

7). Duur HB-stageplek voor NPB-lid t/m 35 jaar (NPB Jong)

Adviesorgaan NPB Jong stelt voor om een HB-stage maximaal één jaar te laten duren.

Stemadvies
Het hoofdbestuur is positief over dit voorstel maar zal een amendement indienen dat voorstelt de stagetermijn vast te stellen op maximaal twee jaar. De ervaring van het hoofdbestuur is dat een jaar kort is om alle aspecten van het lidmaatschap van het hoofdbestuur goed mee te krijgen.

----------------------------

8). Kandidaatstelling HB-stageplek voor NPB-lid t/m 35 jaar (NPB Jong)

Een kandidaat voor een HB-stage moet voorgedragen worden door de afdeling waaronder hij of zij valt.

Stemadvies
Het hoofdbestuur is positief over dit voorstel maar zal een amendement indienen dat voorstelt naast de afdelingen ook het adviesorgaan NPB Jong de mogelijkheid te geven kandidaten voor te dragen. Dat ligt volgens het hoofdbestuur in de rede gezien de doelgroep.

----------------------------

9). Jaarlijkse toekenning HB-stageplek aan NPB-lid t/m 35 jaar (NPB Jong)

De bondsraad bepaalt jaarlijks aan welke kandidaat de HB-stageplek wordt toegekend.

Stemadvies
Het hoofdbestuur is positief over het voorstel om de beslissing aan de bondsraad over te laten maar zal een amendement indienen dat voorstelt de bepaling ‘jaarlijks’ te vervangen door ‘tweejaarlijks’ als de amendementen van het HB worden aangenomen om telkens twee stagiairs toe te laten voor maximaal twee jaar.

----------------------------

10). Hoeveelheid kandidaten voor HB-stageplek NPB-lid t/m 35 jaar (NPB Jong)

De NPB zet zich ervoor in dat de bondsraad tijdens de jaarlijkse toekenning van de HB-stageplek de keuze heeft uit meerdere kandidaten t/m 35 jaar.

Stemadvies
Het hoofdbestuur is positief over het voorstel om de beslissing aan de bondsraad over te laten maar zal een amendement indienen dat voorstelt de bepaling ‘jaarlijks’ te vervangen door ‘tweejaarlijks’ als de amendementen van het HB worden aangenomen om telkens twee stagiairs toe te laten voor maximaal twee jaar.

----------------------------

11). Inhoudelijke focus tijdens HB-stage NPB-lid t/m 35 jaar (NPB Jong)

Het beoogde HB-lid t/m 35 jaar dat de HB-stageplek krijgt toegekend kan een voorkeur uitspreken voor het aanhaken bij een bepaalde bestuursportefeuille. Het bestuur is niet verplicht aan dat verzoek te voldoen.

Stemadvies
Het hoofdbestuur adviseert het congres dit voorstel aan te nemen.

----------------------------

12). Rechten NPB-lid t/m 35 jaar tijdens HB-stage (NPB Jong)

De kandidaat heeft tijdens zijn HB-stage wel inspraak, maar geen stemrecht.

Stemadvies
Het hoofdbestuur adviseert het congres dit voorstel aan te nemen.

13 t/m 18). Vaker een ledencongres/algemene ledenvergadering

13). Jaarlijks een ledencongres/algemene ledenvergadering (Hoofdbestuur)

Om de levendigheid en geloofwaardigheid van de democratische besluitvorming binnen de bond een impuls te geven organiseert de NPB met ingang van 2022 eens per jaar een ledencongres – oftewel een landelijke algemene ledenvergadering.

Toelichting
Tot 2014 vonden de ledencongressen van de NPB eens in de drie jaar plaats en sindsdien eens in de vier jaar. Deze frequentie heeft ertoe geleid dat het machtigste orgaan van de bond de afgelopen dertig jaar (steeds) minder invloedrijk is geworden, zowel als het gaat om de evaluatie van het gevoerde beleid (de resultaten van het vakbondswerk) en het afspreken van verbeteringen en nieuwe plannen en doelen.

Dit principiële doel van het ledencongres – richting geven aan en toezicht houden op het doen en laten van het bestuur – kan in ere worden hersteld door te kiezen voor een jaarlijks ritme. Dat zorgt voor een duidelijke continuïteit en een grotere garantie dat relevante onderwerpen op tijd de door de leden gewenste aandacht (blijven) krijgen. Het zorgt ook automatisch voor een betere spreiding van onderwerpen door de jaren heen en dus voor meer ‘lucht’ in de agenda van de jaarlijkse algemene ledenvergadering.

De opzet kan hetzelfde blijven: de congresgangers zijn officieel gekozen vertegenwoordigers van de rest van de leden en hebben tijdens het congres stemrecht op basis van het aantal leden in hun afdeling.

De keuze om jaarlijks een ALV/congres te houden maakt het toezicht door de leden op het beleid tijdiger, beter te volgen en indien nodig dwingender – en daardoor onder de streep dus geloofwaardiger en aantrekkelijker. Bedenk daarbij ook dat het congres als toezichthoudend orgaan meer bevoegdheden heeft en dus steviger kan ingrijpen dan bijvoorbeeld bondsraad. De functie van dat orgaan na de invoering van een jaarlijks congres zal in de loop van 2022 nader worden besproken en leiden tot aanvullende voorstellen vanuit het hoofdbestuur voor het congres in 2023.

--------------------------------

14). Jaarlijks een ledencongres/algemene ledenvergadering (Politieacademie)

De NPB kiest voor het jaarlijks organiseren van een ledencongres/algemene ledenvergadering in plaats van één keer in de vier jaar. Dit om op het afgelopen jaar terug te kijken en de koers op hoofdlijnen voor het komende jaar vast te stellen.

Toelichting
De keuze voor een jaarlijks ledencongres zorgt voor een duidelijke continuïteit en een grotere garantie dat relevante onderwerpen op tijd de door de leden gewenste aandacht (blijven) krijgen. Het zorgt ook automatisch voor een betere spreiding van onderwerpen door de jaren heen en dus voor meer ‘lucht’ in de agenda van de jaarlijkse bijeenkomst, waardoor er op zo’n dag ook meer ruimte is voor verdieping op een thema.

Deze vernieuwing geeft het democratische karakter van de bond een enorme impuls. Zij maakt het toezicht door de leden op het beleid tijdiger, beter te volgen en indien nodig dwingender – en daardoor onder de streep dus geloofwaardiger en aantrekkelijker. Bedenk daarbij ook dat het congres als toezichthoudend orgaan meer bevoegdheden heeft en dus steviger kan ingrijpen dan bijvoorbeeld een bondsraad.

Overigens verstevigt dit ook de ALV’s in de eenheden, die daarmee in de aanloop naar een jaarlijks ledencongres een steviger inbreng op de agenda kunnen hebben.

Stemadvies
Het hoofdbestuur heeft uit eigen beweging hetzelfde voorstel ingediend en adviseert het congres dan ook deze impuls voor de ledendemocratie te steunen.

--------------------------------

15). Jaarlijks een ledencongres/algemene ledenvergadering (Limburg)

De NPB organiseert voortaan jaarlijks een ledencongres/algemene ledenvergadering in plaats van eens in de vier jaar.

Toelichting
De keuze voor een jaarlijks ledencongres zorgt voor een duidelijke continuïteit en een grotere garantie dat relevante onderwerpen op tijd de door de leden gewenste aandacht (blijven) krijgen. Het zorgt ook automatisch voor een betere spreiding van onderwerpen door de jaren heen en dus voor meer ‘lucht’ in de agenda van de jaarlijkse bijeenkomst. Deze vernieuwing geeft het democratische karakter van de bond een enorme impuls. Zij maakt het toezicht door de leden op het beleid tijdiger, beter te volgen en indien nodig dwingender – en daardoor onder de streep dus geloofwaardiger en aantrekkelijker. Bedenk daarbij ook dat het congres als toezichthoudend orgaan meer bevoegdheden heeft en dus steviger kan ingrijpen dan bijvoorbeeld de bondsraad.

Stemadvies
Het hoofdbestuur heeft uit eigen beweging hetzelfde voorstel ingediend en adviseert het congres dan ook deze impuls voor de ledendemocratie te steunen.

------------------------------

16). Elke twee jaar een ledencongres/algemene ledenvergadering (Landelijke Eenheid)

De NPB kiest voor het tweejaarlijks organiseren van een ledencongres/algemene ledenvergadering in plaats van één keer in de vier jaar. 

Toelichting
Eén keer in de vier jaar een ledencongres houden is niet genoeg om de (vertegenwoordigers van de) leden tijdig de beoogde bepalende invloed te geven op de koers van de bond. De afdeling Landelijke Eenheid stelt voor over te schakelen op een tweejaarlijkse algemene ledenvergadering.

Eens in de twee jaar lijkt ons praktisch de meest wenselijke optie. Elk jaar een ledencongres houden geeft zowel het hoofdbestuur als de afdelingsbesturen te weinig tijd om het beleid uit te voeren, inclusief tussentijdse aanpassingen om de beste resultaten te behalen. Als de ledendemocratie naar behoren functioneert en in de tussenliggende periode zorgt voor voldoende controle en meedenken vanuit de achterban, zou een termijn van twee jaar tussen twee algemene (landelijke) ledenvergaderingen praktisch geen probleem moeten zijn.

Stemadvies
Het hoofdbestuur erkent dat met één algemene ledenvergadering in de vier jaar te veel tijd verstrijkt om koerswijzigingen te kunnen bespreken. Daarom stelt het hoofdbestuur zelf voor jaarlijks een ledencongres te organiseren. Gezien de ontwikkelingen die er momenteel spelen rond de samenwerking met de andere politievakbonden geeft een jaarlijks congres de mogelijkheid om snel in te spelen op nieuwe ontwikkelingen en beleidswensen en om bij te sturen. Aangezien het hoofdbestuur de voorkeur geeft aan een jaarlijks bondscongres ontraadt het hoofdbestuur het congres dit voorstel aan te nemen.

--------------------------------

17). Andere formulering zittingstermijn bondsraadleden (Hoofdbestuur)

De huidige formulering van artikel 14, lid 2 is: De zittingstermijn voor een lid van de bondsraad is gelijk aan een congresperiode. Dat moet worden: De zittingstermijn voor een lid van de bondsraad is vier jaar.

Toelichting
De invoering van een jaarlijks congres leidt ertoe dat in de statuten de formulering van de zittingstermijn van bondsraadleden moet worden gewijzigd

N.B. In de herziene statuten staat deze bepaling in artikel 19.

----------------------------------

18). Andere formulering zittingstermijn hoofdbestuurders (Hoofdbestuur)

De huidige formulering van artikel 18, lid 4 is: De leden van het hoofdbestuur worden gekozen voor de duur van een congresperiode. Dat moet worden: De leden van het hoofdbestuur worden gekozen voor vier jaar.

Toelichting
De invoering van een jaarlijks congres leidt ertoe dat in de statuten de formulering van de zittingstermijn van hoofdbestuurders moet worden gewijzigd.

N.B. In de herziene statuten staat deze bepaling in artikel 24, lid 4.

19 en 20). Meer rechtstreekse invloed afdelingsbesturen op het NPB-beleid

19). Overstappen op een afdelingsgerichte verenigingsstructuur (Politieacademie)

De NPB kiest voor een verenigingsstructuur waarin de afdelingen eigenstandiger gepositioneerd worden, hun leden centraal staan en maatwerk maximaal wordt ondersteund.

Toelichting
De huidige verenigingsstructuur biedt de afdelingen onvoldoende ondersteuning bij hun vakbondswerk. Een organisatie met minder lagen en kortere lijntjes kan daarin verbetering brengen. Het ledencongres, de bondsraad en het hoofdbestuur worden vervangen door één strategisch orgaan dat het algemeen beleid van de bond vaststelt. Dat orgaan komt te bestaan uit het dagelijks bestuur plus één afgevaardigde per afdeling en per adviesorgaan (met een buddy als reserve-lid) – allemaal met evenveel stemrecht.

De vereniging gaat draaien op basis van minder schakels. Er hoeft dan ook minder overlegd te worden, wat leidt tot een efficiëntere inzet van mensen en middelen. De afdelingen houden frequent contact met hun leden, via zowel de traditionele als de moderne media. De leden worden vaker (fysiek en digitaal) geraadpleegd en krijgen meer inbreng, met als gevolg een betere dienstverlening en grotere tevredenheid over het vakbondswerk.

Stemadvies
Het hoofdbestuur ontraadt het congres dit voorstel aan te nemen. Ten eerste zijn we het niet eens met de stelling dat de huidige verenigingsstructuur het vakbondswerk door de afdelingen (maatwerk in het belang van de leden) onvoldoende ondersteunt.

Ten tweede bevat het voorstel te veel elementen die niet goed (genoeg) doordacht lijken. In het beoogde nieuwe, oppermachtige ‘strategische orgaan’ krijgt bijvoorbeeld elke afdeling één afgevaardigde. Maar dat is in het huidige hoofdbestuur ook al zo. De afgevaardigden krijgen volgens het voorstel allemaal evenveel stemrecht. Dat is een flinke ingreep in de ledendemocratie vergeleken met de grondslagen van het huidige congres en de huidige bondsraad.

En tot slot: de verwachte positieve effecten op het gebied van de ledenparticipatie en de ledenbinding zijn erg rooskleurig geformuleerd, zonder dat aannemelijk wordt gemaakt dat de beoogde structuurwijziging noodzakelijk is om die effecten (meer inbreng van de leden, betere dienstverlening, grotere tevredenheid over het vakbondswerk) te bereiken.

Een ingrijpende structuurwijziging zoals de afdeling Politieacademie voorstelt dient binnen de vereniging zorgvuldig bediscussieerd te worden. Dat is in dit geval (nog) niet gebeurd.

----------------------------------

20). Participatie afdelingen bij aanstelling eenheidsbestuurders (Landelijke Eenheid)

De afdelingsbesturen worden zorgvuldig betrokken bij de aanstelling van de eenheidsbestuurder met wie ze moeten samenwerken.

Toelichting
Binnen de werkorganisatie van de NPB is een aantal eenheidsbestuurders actief, die elk het ‘besturen’ van één of meerdere politie-eenheden/NPB-afdelingen als taak hebben. De kwaliteit van de samenwerking tussen een eenheidsbestuurder en de hem of haar toegewezen afdeling(en) is van groot belang voor de kwaliteit van het vakbondswerk dat geleverd wordt.

Dat belang lijkt niet te worden onderkend bij de verdeling van de eenheden/afdelingen over de eenheidsbestuurders. De afdelingsbesturen hebben daar part noch deel aan; ze moeten als het ware maar afwachten met wie ze moeten samenwerken.

De afdeling Landelijke Eenheid vindt dat een onverantwoorde aanpak, die een (te) groot risico op fricties met zich meebrengt. Wij pleiten dan ook voor een zorgvuldige aanstellingsprocedure voor eenheidsbestuurders met volop participatie van de afdelingsbesturen.

Stemadvies
Het hoofdbestuur ontraadt het congres dit voorstel aan te nemen. Het in dienst nemen van medewerkers is een aangelegenheid van de werkorganisatie. Eenheidsbestuurders zijn bovendien uitwisselbaar als het gaat om de verdeling van de afdelingen en worden niet voor altijd gekoppeld aan dezelfde afdeling. Voor fricties in de samenwerking tussen een eenheidsbestuurder en een afdeling dient in overleg met het dagelijks bestuur een passende oplossing te worden gezocht.

21). De bondsraad moet bevoegd toezichthouder worden op ALLE besluiten en activiteiten van het hoofdbestuur

Congresvoorstel afdeling Rotterdam
De bondsraad moet meer ‘zeggenschap’ krijgen over de beslissingen van het HB. In de huidige structuur is de zeggenschap van de bondsraad beperkt tot de limitatieve onderwerpen genoemd in artikel 16 van de statuten en kan de bondsraad formeel niet opkomen tegen de beslissingen van het HB op het gebied van beleid, aanschaf van goederen et cetera. Gezien het gestelde in de nieuwe Wet bestuur en toezicht rechtspersonen lijkt het de afdeling Rotterdam voor de hand liggen om de toezichthoudende taak formeel bij de bondsraad te leggen.

Stemadvies
Het hoofdbestuur ontraadt het congres dit voorstel aan te nemen. Een ingrijpende wijziging in de bevoegdheden van de verenigingsorganen dient binnen de vereniging zorgvuldig bediscussieerd te worden. Dat is in dit geval (nog) niet gebeurd.

Het huidige artikel 16 van de statuten geeft de bondsraad een royale bevoegdheid op toezichthoudend en bijsturend gebied. Het voorstel van Rotterdam maakt niet (voldoende) duidelijk welke ‘beslissingen’ van het HB momenteel aan het toezicht van de bondsraad ontsnappen en door welke extra bevoegdheden dat toezicht zou verbeteren. Met andere woorden: kan het zijn dat de toezichthoudende bevoegdheden op zich goed geregeld zijn, maar dat de praktische mogelijkheid om daarvan gebruik te maken te wensen over laat?

Ook roept het voorstel de vraag op wat de afdeling Rotterdam precies onder ‘toezicht’ verstaat. Het voorstel lijkt te streven naar een vrij actieve vorm daarvan, die in feite neerkomt op het kunnen tegenhouden van alle beslissingen van het hoofdbestuur. Dat lijkt wat te hoog gegrepen, zelfs als de bondsraad zou worden verbouwd tot een Raad van toezicht zoals bedoeld in de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen. Ook dan blijft zijn toezichthoudende bevoegdheid beperkt tot signaleren en adviseren.

Het bestuur krijgt een uitvoerend mandaat van een congres en is voor zijn doen en laten op basis van dat mandaat (‘beleid’) verantwoording verschuldigd aan het (volgende) congres. De bondsraad heeft in de jaren tussen twee congressen een belangrijke rol te spelen in het op koers houden van het bestuur. Daarbij moet de bondsraad opereren in het spanningsveld tussen het besturen zelf (verantwoordelijkheid HB) en het nemen van voor de bond cruciale beleidsbeslissingen – waaronder het goed- of afkeuren van het beleid van het bestuur (verantwoordelijkheid congres).

De onvrede over het huidige functioneren van de bondsraad in dat spanningsveld komt voor een belangrijk deel voort uit een democratisch gebrek op hoger niveau: sinds 2014 houdt de NPB nog slechts eens in de vier jaar een ledencongres over het beleid van de bond. Het hoofdbestuur zal op het congres in 2022 voorstellen over te stappen op een jaarlijks ledencongres.

Met de bondsraad is afgesproken de tijd te nemen om te kijken welke praktische gevolgen dat besluit heeft voor het functioneren van de BR. Mocht alsnog blijken dat wijzigingen in bevoegdheden van bondsorganen wenselijk/noodzakelijk zijn, dan kunnen daarover voortaan jaarlijks congresvoorstellen worden ingediend.

22). Alle bepalingen over onverenigbare functies en zittingstermijnen voor kaderleden onderbrengen in de statuten

Congresvoorstel afdeling Noord-Holland
Alle afspraken over de onverenigbaarheid van functies binnen de bond en over de zittingstermijnen voor kaderleden worden vastgelegd in de statuten.

Toelichting
Wij vinden deze afspraken zo essentieel voor het karakter van de NPB als vereniging dat we ze zo zwaar mogelijk willen verankeren. Dat doe je door ze vast te leggen in de statuten, die slechts gewijzigd kunnen worden door een besluit van een ledencongres met minstens tweederde van de stemmen. Een afspraak in het huishoudelijk reglement kan gewijzigd worden door een besluit van een ledencongres met minstens vijftig procent van de stemmen.

De afspraken over de onverenigbaarheid van functies staan nu in artikel 10 en artikel 10a van het HHR; de afspraken over de zittingstermijnen deels in de statuten (artikel 14 en 18) en deels in het HHR (artikel 14).

Stemadvies
Het hoofdbestuur adviseert het congres dit voorstel aan te nemen. Het principiële doel is duidelijk en begrijpelijk. Welke bepalingen er dan uiteindelijk in de statuten komen te staan, hangt af van het oordeel van het congres over een aantal inhoudelijke voorstellen op de genoemde terreinen (zie verderop).

23 en 24). Meer ruimte voor dubbelfuncties van kaderleden

23). Minder ontoelaatbare dubbelfuncties voor hoofdbestuurders (Rotterdam)

De functie van hoofdbestuurder moet (weer) verenigbaar worden met vier van de zes functies binnen de bond waarmee hij nu volgens het HRR onverenigbaar is. De NPB-afdeling Rotterdam stelt voor uit artikel 10 van het HHR de volgende vier ontoelaatbare dubbelfuncties voor hoofdbestuurders (weer) te schrappen:

  • lid zijn van een afdelingsbestuur;
  • lid zijn van een adviesorgaan;
  • IB-coördinator zijn en
  • lid zijn van een (C)OR.

Hieronder de bepaling die dan overblijft.

Leden van het hoofdbestuur kunnen niet gelijktijdig:
a) Lid zijn van de bondsraad zoals genoemd in artikel 14 van de statuten;
b) Afgevaardigde zijn op het congres zoals genoemd in artikel 10 van de statuten;

Toelichting
Allereerst willen wij opmerken dat het congresbesluit uit 2014 om een aantal dubbelrollen binnen de NPB uit te sluiten met de beste bedoelingen tot stand is gekomen en is aangenomen. In het kader van bestuurlijke vernieuwing wilde men ‘vers bloed en verjonging’ in het bestuur en er werd aangenomen dat het toestaan van bepaalde dubbelrollen tot ongewenste effecten zou kunnen leiden. Beide aannames zijn onjuist gebleken.

Het genomen besluit heeft naar het idee van de afdeling Rotterdam veel negatieve effecten gehad op de afdelingen. Wij hebben met enige verwondering gekeken naar de gretigheid waarmee bepaalde kaderleden met dubbelrollen moesten stoppen. Dit gebeurde in veel gevallen met stoom en kokend water en dat had nogal wat negatieve gevolgen.

1. Ervaren leden moesten van een post worden afgehaald en nieuwe leden worden gevonden.
2. Er is veel energie gestoken van binnen naar binnen (conflicten) terwijl die energie ook van binnen naar buiten had kunnen gaan (richting de leden). Dit is erg zonde.
3. Een en ander ging ten koste van het onderling vertrouwen tussen de afdelingen en het HB.

De afdeling Rotterdam begrijpt goed dat een breder fundament in de afdelingen gewenst is maar de weg daar naartoe is meer dan onwenselijk geweest. Bij toekomstige veranderingen staan wij dan ook een andere procesgang voor (evolutie in plaats van revolutie). Als er sprake zou zijn van ongewenste belangenverstrengeling, dan moet dit een bespreekpunt zijn tussen de voorzitter van de afdeling en het HB. Vanuit dat gesprek kan er dan richting worden gegeven of hulp worden geboden.

Stemadvies
Het hoofdbestuur ontraadt het congres dit voorstel aan te nemen. Het is uit democratische overweging onwenselijk dat een HB-lid zitting neemt in een adviesorgaan. Immers een adviesorgaan adviseert het HB. Hetzelfde geldt voor het lidmaatschap van het afdelingsbestuur. Het afdelingsbestuur draagt namelijk kandidaten voor het HB voor.

----------------------------

24). Opheffen verbod op dubbelfunctie afdelingsbestuurder/OR-lid (Limburg)

Het verbod op de dubbelfunctie afdelingsbestuurder/OR-lid moet worden opgeheven. NPB-kaderleden krijgen de bevoegdheid terug om tegelijkertijd lid van een afdelingsbestuur te zijn en personeelsvertegenwoordiger in een ondernemingsraad.

Toelichting
In 2018 heeft het ledencongres in Enschede ingestemd met het voorstel van de afdeling Noord-Nederland om in het huishoudelijk reglement vast te leggen dat leden van het bestuur van een afdeling niet gelijktijdig lid kunnen zijn van een (centrale) ondernemingsraad. Het beoogde doel van dit verbod was het wegnemen van elke twijfel over de onafhankelijkheid van de personeelsvertegenwoordigers in de verschillende gremia en hun vermogen om zonder last of ruggenspraak mee te discussiëren en te stemmen.

De afdeling Limburg vindt dat dit doel ondergeschikt moet worden gemaakt aan een belangrijker doel: het handhaven van de continuïteit in het aanleveren van voldoende kundige, gemotiveerde en ervaren kandidaten voor alle bestuursfuncties binnen de vakbond en alle zetels binnen de medezeggenschap. Deze continuïteit zou de NPB hoger moeten aanslaan dan een politiek correct verbod op een bepaalde combinatie van functies om het risico van belangenverstrengeling terug te dringen. De bepaling daarover moet dus weer uit het huishoudelijk reglement worden geschrapt.

Stemadvies
Het hoofdbestuur ontraadt het congres dit voorstel aan te nemen. Het afdelingsbestuur heeft tot taak om leden voor de medezeggenschap te kandideren en met raad en daad bij te staan. Het voorstel brengt dus dubbele petten met zich mee en onwenselijke vermenging van rollen.

25 t/m 29). Afschaffen en invoeren van maximale aantallen zittingstermijnen voor kaderleden/bestuurders

25). Geen maximum aantal zittingsperiodes afdelingsbestuurders (Rotterdam)

Het verbod op een nieuwe kandidaatstelling na twee volledige zittingstermijnen als afdelingsbestuurder moet worden geschrapt. De afdeling Rotterdam stelt voor artikel 14 lid 4a HHR te wijzigen in:

De in functie gekozen afdelingsbestuurders worden gekozen voor vier jaar. Na een periode van vier jaar is verlenging met een periode van vier jaar mogelijk. Er geldt geen maximum aantal verlengingen vanuit de statuten/het huishoudelijk reglement. De afdelingen bepalen zelf hoe vaak termijnen mogen worden verlengd.

Toelichting
De afdeling Rotterdam is het eens dat het afdelingsbestuur per vier jaar aftreedt echter het gestelde in artikel 14 lid 4a HHR: ‘De in functie gekozen afdelingsbestuurders worden gekozen voor vier jaar. Verlenging is mogelijk voor vier jaar. Na twee aansluitende volledige zittingsperiodes kan een NPB-lid minstens vier jaar niet gekozen worden als afdelingsbestuurder.’ De afdeling kan zich niet vinden in de ‘onverkiesbaarheid van tenminste vier jaar’. Ook hier ligt verkramping op de loer waarbij het weglopen van kennis en kunde voor de afdeling Rotterdam een onaanvaardbare prijs is voor de zucht naar vernieuwing.

Stemadvies
Het hoofdbestuur laat het oordeel over dit voorstel aan het congres (geen stemadvies).

---------------------------

26). Maximaal acht  jaar achter elkaar in het dagelijks bestuur (Landelijke Eenheid)

Met ingang van 2022 mag iemand maximaal twee aaneengesloten volledige zittingstermijnen van vier jaar lid zijn van het dagelijks bestuur van de NPB, tenzij een congres besluit dispensatie te verlenen voor een derde aansluitende zittingstermijn. 

Toelichting
De afdeling Landelijke Eenheid vindt een verantwoorde doorstroming op het hoogste bestuurlijke niveau binnen de bond cruciaal voor de vitaliteit van de vereniging. Het wordt dan ook de hoogste tijd om in het huishoudelijk reglement een duidelijk richtsnoer op dat gebied vast te leggen.

Stemadvies
Het hoofdbestuur ontraadt het congres dit voorstel aan te nemen. Beperken van het aantal zittingstermijnen tot maximaal twee zal de aantrekkelijkheid van de functie van dagelijks bestuurder bij de NPB (te) sterk doen afnemen en daarmee de mogelijkheid om voor die functies de beste kandidaten te werven.

----------------------------------

27). Geen maximum aantal zittingsperiodes voor OR-leden (Rotterdam)

Het verbod op een nieuwe kandidaatstelling na twee volledige OR-zittingstermijnen moet geschrapt worden. Wij stellen het congres voor de afdelingen te laten beslissen wie er op de kieslijst voor de OR mogen en daar worden geen maximumtermijnen meer aan verbonden vanuit het HB.

Toelichting
Een maximale termijn hangen aan de medezeggenschap is de afdeling Rotterdam een doorn in het oog. Momenteel mogen NPB-vertegenwoordigers maximaal twee termijnen lid zijn van een OR/COR. Deze afspraak is gemaakt om de OR/COR tijdig te voorzien van ‘vers bloed’. Op zich een goed idee, echter door de tijd heen heeft het geleid tot krampachtige inzichten als wanneer deze periode start (bijvoorbeeld voor of na het congresbesluit).

Ook zijn er andere nadelige gevolgen zoals:

1. Wat te doen met onze vertegenwoordiging na de termijnen? Stappen die gewoon op? Of worden zij onze concurrenten onder een vrije lijst?
2. Verlies van kennis en kunde en historisch besef. We zetten goede krachten aan de kant.
3. Er leven bij onze leden veel vragen over bedrijfsvoering. Enige ervaring om hierop een goed antwoord te formuleren vraagt de nodige kennis en die is niet zomaar voor handen. Vernieuwen om te vernieuwen is dus niet altijd de juiste keuze.
4. Uiteindelijk gaat het ook om het democratisch proces nl. het gekozen worden door de collega’s. Als een kaderlid een groot draagvlak heeft en gekozen wordt, wie zijn wij als vakbond dan om daar een maximumtermijn aan te stellen?

Stemadvies
Het hoofdbestuur laat het oordeel over dit voorstel aan het congres (geen stemadvies). Wel willen we graag benadrukken dat het korps zelf de afgelopen jaren niet heeft geïnvesteerd in het bevorderen van de roulatie ten gunste van een gezonde medezeggenschap. De NPB wil niet de enige organisatie zijn die dat uitgangspunt handhaaft, ook al onderschrijft het hoofdbestuur het belang ervan nog steeds.

-----------------------

28). Afdeling weer eindverantwoordelijk voor OR-kandidatenlijst (Limburg)

De afdelingen van de NPB krijgen vanaf 2022 de bevoegdheid terug om collega’s die twee achtereenvolgende (volledige) zittingstermijnen lid van de ondernemingsraad zijn geweest opnieuw te kandideren voor een direct aansluitende vervolgtermijn.

Toelichting
In 2018 heeft het ledencongres in Enschede ingestemd met een voorstel van de afdelingen Noord-Nederland en Oost-Nederland om een grens te stellen aan het aantal keren dat een afdeling een collega kan voordragen als kandidaat voor de ondernemingsraad. Dat heeft geleid tot de huidige bepaling in het huishoudelijk reglement (punt e van artikel 14) dat NPB-leden na twee aansluitende volledige zittingsperiodes van vier jaar als OR-lid niet meer kandidaat worden gesteld voor een aansluitende derde zittingstermijn, tenzij het hoofdbestuur daarvoor dispensatie verleent.

De afdeling Limburg vindt het onredelijk en onverstandig dat deze laatste bevoegdheid aan het hoofdbestuur is toegekend. Afdelingen zijn direct betrokken bij de opbouw van de kandidatenlijst voor OR-verkiezingen en dus het meest bekend met de plus- en minpunten van de kandidaten. Je zou het dus aan hen moeten overlaten om de tactische afweging te maken hoe belangrijk het is om ervaren krachten die daartoe bereid zijn nogmaals in te zetten – ook voor een derde termijn.

Uiteraard ziet ook de afdeling Limburg dat de NPB een zekere verantwoordelijkheid draagt voor de mate van doorstroom en verjonging die binnen de medezeggenschap mogelijk is. Vandaar dat wij opteren voor de volgende bepaling: NPB-leden worden na twee aansluitende volledige zittingsperiodes van vier jaar als OR-lid niet meer kandidaat gesteld voor een aansluitende derde zittingstermijn, tenzij de afdeling dat om tactische redenen noodzakelijk acht om een optimaal verkiezingsresultaat te realiseren.

Stemadvies
Het hoofdbestuur laat het oordeel over dit voorstel aan het congres (geen stemadvies).

------------------------

29). Leden beroepscommissie bondsraad benoemen voor onbepaalde tijd (Rotterdam)

De afdeling Rotterdam stelt voor om artikel 26 lid 3 van de statuten als volgt te wijzigen: Leden van de beroepscommissie worden gekozen voor onbepaalde tijd.

Toelichting
Nu geldt een zittingstermijn van vier jaar. De leden van de beroepscommissie worden gekozen uit de bondsraad en het ligt in de lijn om kennis en kunde van de beroepscommissie te behouden en daarom ook voor onbepaalde tijd te benoemen. Uiteindelijk heeft de bondsraad het laatste woord in beroepszaken. Dit soort zaken komen (gelukkig) niet vaak voor, daarom heeft het vastleggen van een bepaalde termijn naar het idee van de afdeling Rotterdam een negatief effect. De afdeling Rotterdam stelt voor om leden van de beroepscommissie te kiezen voor onbepaalde tijd. De commissieleden die niet langer lid zijn van de bondsraad stemmen (uiteraard) niet met de ledenvertegenwoordigers mee over de uiteindelijke adviezen die de commissie produceert.

Stemadvies
Het hoofdbestuur ontraadt het congres dit voorstel aan te nemen. Het doel van dit voorstel is het behoud van ervaring, kennis en kunde voor de beroepscommissie. Praktisch is een verkiezing van commissieleden voor onbepaalde tijd echter in strijd met de bepaling dat de commissie moet bestaan uit ledenvertegenwoordigers in de (huidige) bondsraad. Iemand die niet langer als ledenvertegenwoordiger in de bondsraad zit, zou dan immers nog wel in de beroepscommissie kunnen (blijven) zitten.

In de huidige situatie kan iemand lid blijven van de beroepscommissie van de bondsraad zolang hij als ledenvertegenwoordiger deel uitmaakt van de bondsraad. Het bestuur voelt weinig voor het loslaten van het principiële uitgangspunt dat leden van de beroepscommissie moeten behoren tot de huidige (gekozen) ledenvertegenwoordigers in de bondsraad.

30 t/m 33). Extra waarborgen zorgvuldige besluitvorming hoofdbestuur

30). Aanstellen van een plaatsvervanger voor de hoofdbestuurders vanuit de afdelingen (Rotterdam)

Elke afdeling moet voortaan twee afgevaardigden naar het hoofdbestuur laten kiezen: de reguliere afgevaardigde en een plaatsvervanger.

Toelichting
Momenteel hebben we de situatie waarbij er slechts één HB-lid vanuit de afdeling is afgevaardigd en bij absentie van dat HB-lid is er geen vervanger. Dat kan leiden tot minder prettige situaties waarbij de afdeling niet goed vertegenwoordigd wordt en er geen terugkoppeling naar de afdeling plaatsvindt. Dit is naar het oordeel van de afdeling Rotterdam een ongewenste situatie.

Stemadvies
Het hoofdbestuur adviseert het congres dit voorstel aan te nemen.

---------------------------------------------

31). Vervanging bezoldigde HB-leden bij langdurige afwezigheid (Rotterdam)

Er moet een regeling komen om betaalde hoofdbestuurders (dagelijkse bestuurders) te kunnen vervangen bij langdurige uitval (bijvoorbeeld als gevolg van ziekte).

Toelichting
Momenteel is het niet mogelijk om betaald lid van het hoofdbestuur te vervangen bij langdurige uitval (bijvoorbeeld als gevolg van ziekte). De afdeling Rotterdam vindt dat in de statuten/het HHR geregeld moet worden dat ‘de leden’ in zo’n geval vanaf een bepaald moment een verzoek tot het starten van een vervangingsprocedure kunnen indienen.

Stemadvies
Het hoofdbestuur is positief over dit voorstel maar zal een amendement indienen dat voorstelt in de gewenste regeling duidelijk te maken dat het om tijdelijke vervanging gaat. Dat blijkt nu niet uit het voorstel.

---------------------------

32). Garantiebepaling continuïteit van bestuur (Hoofdbestuur)

In de statuten wordt geregeld op welke manier de NPB voorziet in het waarnemen van de taken en bevoegdheden van het hoofdbestuur als het volledige bestuur is weggevallen/niet langer tot besturen in staat is. In die situatie roepen de afdelingshoofden binnen de werkorganisatie van de bond zo spoedig mogelijk de bondsraad en de afdelingsvoorzitters bijeen. Tijdens dat spoedberaad wordt besloten welke ledenvertegenwoordigers samen het dagelijks bestuur gaan waarnemen en wat daarbij hun praktische prioriteiten zijn.

Toelichting
Sinds 1 juli 2021 is de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (Wbtr) van kracht. Zij schrijft voor dat de statuten van een vereniging duidelijk moeten maken op welke manier in de continuïteit van het bestuur wordt voorzien als het hele bestuur niet langer kan of mag besturen. Dat is dan de grondslag waarop deze persoon of personen voor wat betreft hun bestuursdaden wettelijk  worden gelijkgesteld aan een bestuur.

-------------------------------

33). Wachtgeldregeling bezoldigde hoofdbestuurders (Rotterdam)

Vanuit goed werkgeverschap moet er een goed financieel vangnet komen voor bezoldigde hoofdbestuurders die worden vervangen. Deze regeling moet ook voorzien in uitzonderingsgevallen op basis van laakbaar gedrag. Het verzoek van de afdeling Rotterdam is dit te regelen.

Stemadvies
Het hoofdbestuur heeft uit eigen beweging een concreet voorstel voor een wachtgeldregeling ingediend bij de bondsraad en dat is aangenomen. Om die reden adviseert het hoofdbestuur de afdeling Rotterdam dit voorstel in te trekken.

34 t/m 41). Duidelijkheid over de beleidsruimte voor het opbouwen van verdergaande samenwerking met andere politiebonden

34). Afwijzen van een fusie tussen de NPB en de ACP (Rotterdam)

De afdeling Rotterdam stelt het congres voor een fusie tussen de NPB en de ACP van zowel de werkorganisatie als de vereniging bij voorbaat en voor altijd uit te sluiten. De reden hiervoor is gelegen in het feit dat indien er op enig moment wel behoefte is om te fuseren er een congresvoorstel nodig is om zulks ook daadwerkelijk vorm te geven.

Toelichting
Sinds het vertrek uit het FNV-gebouw en het inhuizen van de NPB in het Huis van veiligheid samen met de ACP is er steeds meer – vanuit met name de ACP – het geluid te horen dat een fusie aanstaande is. De afdeling Rotterdam ziet zeker de voordelen van een goede en hechte samenwerking en, indien noodzakelijk, zelfs het uitlenen van miljoenen euro’s aan de ACP, maar een fusie wijzen we van de hand. Daarvoor zijn er naar ons oordeel teveel verschillen. Het geeft dan ook absoluut geen pas om in gezamenlijkheid een werving op te zetten of uit te voeren. Er zijn te veel verschillen in leiderschap, opbouw van de bond, de visie op de medezeggenschap, de wijze van omgang met elkaar – om er zomaar een paar te benoemen.

Stemadvies
Het hoofdbestuur ontraadt het congres dit voorstel aan te nemen. Een dergelijk dwingend verbod is ondemocratisch en niet realistisch. Wellicht heeft het bestuur op enig moment hele goede argumenten om in het belang van de leden een gezamenlijke werkorganisatie of zelfs een fusie met (juist) de ACP te willen realiseren.

Zoals in het voorstel ook wordt vermeld, is in de statuten zorgvuldig geregeld dat een ingrijpend besluit als een fusie met een andere vereniging nooit kan worden genomen zonder een overduidelijke instemming van de leden. Zij hebben daarover sowieso het laatste woord (zie artikel 25 van de statuten).

---------------------------

35). Afwijzen van een fusie tussen de NPB en de ACP (Landelijke Eenheid)

De afdeling Landelijke Eenheid stelt het congres voor een volledige fusie van de NPB met de ACP af te wijzen als mogelijke uitkomst van het huidige bestuursproject op samenwerkingsgebied.

Toelichting
De manier waarop het bestuur de afgelopen jaren aan een verdergaande samenwerking tussen de NPB en de ACP heeft gewerkt is te eigengereid. De communicatie en het overleg hierover tussen het bestuur en de (vertegenwoordigers van de) leden laat veel te wensen over. Uit protest tegen deze gang van zaken zou het congres de ultieme consequentie van deze eigenmachtig door het bestuur ingezette koers – een volledige fusie – moeten blokkeren.

Stemadvies
Het hoofdbestuur ontraadt het congres dit voorstel aan te nemen. Een dergelijk dwingend verbod is ondemocratisch en niet realistisch. Wellicht heeft het bestuur op enig moment hele goede argumenten om in het belang van de leden een fusie met (juist) de ACP na te streven. In de statuten is al zorgvuldig geregeld dat een ingrijpend besluit als een fusie met een andere vereniging nooit kan worden genomen zonder overduidelijke instemming van de leden. Zij hebben daarover sowieso het laatste woord (zie artikel 25 van de statuten). 

--------------------

36). Congres beslist over fusie werkorganisatie NPB met andere werkorganisaties (Rotterdam)

De leden krijgen het laatste woord over het besluit om de werkorganisatie van de bond te laten fuseren met de werkorganisatie van een of meer andere bonden. Daartoe wordt aan artikel 25 van de statuten een extra bepaling toegevoegd, die het congres de bevoegdheid geeft dat besluit te nemen of te verwerpen.

Voor een rechtsgeldige uitkomst van de stemming daarover worden dan dezelfde eisen van kracht als voor een besluit over het fuseren van de vereniging met een andere vereniging: een meerderheid van minstens twee derde van de stemmen bij een quorum (minstens aanwezige aantal stemgerechtigden) van de helft van de statutair mogelijke ledenvertegenwoordigers.

Toelichting
In de statuten is zorgvuldig geregeld dat een ingrijpend besluit als een fusie met een andere vereniging nooit kan worden genomen zonder een overduidelijke instemming van de leden. Zij hebben daarover sowieso het laatste woord (zie artikel 25 van de statuten). Zo’n bepaling bestaat niet voor het fuseren van de werkorganisatie van de bond met de werkorganisatie van een of meer andere bonden tot een zelfstandige eenheid. Zo’n extra bevoegdheid regelen voor het congres kan volgens Rotterdam geen kwaad, indachtig de ervaringen met FNV Veiligheid.

Stemadvies
Het hoofdbestuur ontraadt het congres dit voorstel aan te nemen. Het organiseren van de werkorganisatie is een verantwoordelijkheid van het hoofdbestuur. Fusieplannen zullen aan de OR van de werkorganisatie van de NPB voorgelegd moeten worden. Het hoofdbestuur wil vermenging op verschillende tafels voorkomen.

---------------------------------

37). Uitzonderlijke voorwaarde voor instemming met fusiebesluit (Landelijke Eenheid)

De afdeling Landelijke Eenheid stelt voor een speciale voorwaarde te verbinden aan de instemming met voorgenomen (bestuurs)besluit tot een volledige fusie tussen de NPB en de ACP of een verregaande samenwerking in de vorm van een gezamenlijke werkorganisatie. Het oordeel over zo’n besluit moet worden geveld op basis van een ledenraadpleging waaraan meer dan de helft (minstens 51 procent) van de NPB-leden persoonlijk heeft deelgenomen. 

Toelichting
De afdeling Landelijke Eenheid vindt dat er geen enkele twijfel over mag bestaan dat deze historische beslissingen door een meerderheid van de NPB-leden wordt gesteund. Wij stellen voor dat te bereiken door in dit uitzonderlijke geval het principe van de representatieve democratie los te laten en als het ware hoofdelijk te stemmen, met als voorgestelde ondergrens 51 procent van het aantal NPB-leden. Dat komt medio 2022 neer op zo’n 13.750 respondenten, van wie volgens de statuten dan 66 procent moet instemmen met het voorgenomen besluit tot fusie of een gezamenlijke werkorganisatie. Dat zijn 9.075 leden.

Stemadvies
Het hoofdbestuur ontraadt het congres dit voorstel aan te nemen. Het gemiddelde lid van de NPB verwacht dat de bond zich optimaal inspant voor algemene verbeteringen in de arbeidsvoorwaarden (cao) en voor eersteklas individuele belangenbehartiging voor wie dat nodig heeft. Een gemiddeld NPB-lid heeft geen mening over het laten fuseren van de vereniging of de werkorganisatie. Dat is eerder wel gebleken bij het aangaan en later ontbinden van werkorganisaties zoals met ABVAKABO en FNV Veiligheid.

Zelfs bij ledenraadplegingen over de cao is een opkomst van 20 procent al lastig te realiseren, ondanks herhaalde persoonlijke oproepen. De eis van deelname aan een ledenraadpleging van tenminste 51 procent is dan ook niet realistisch en niet passend gezien het belang van de leden bij professionele belangenbehartiging. Daarover kunnen de afgevaardigden naar een congres beter een zorgvuldig oordeel vellen.

----------------------------

38). Een stop op nieuwe initiatieven tot samenwerking met de ACP (Landelijke Eenheid)

De afdeling Landelijke Eenheid stelt het congres voor het bestuur de opdracht te geven tot nader order geen tijd en energie meer te steken in nieuwe initiatieven voor verdergaande samenwerking met de ACP die tot doel hebben tot een fusie te komen of voorbereidend zijn op een mogelijke fusie.

Toelichting
De manier waarop het bestuur de afgelopen jaren aan een verdergaande samenwerking tussen de NPB en de ACP heeft gewerkt is te eigengereid. De communicatie en het overleg hierover tussen het bestuur en de (vertegenwoordigers van de) leden laat veel te wensen over. Uit protest tegen deze gang van zaken zou het congres nieuwe initiatieven tot verdergaande samenwerking met de ACP moeten blokkeren.

Dit voorstel is bedoeld als een alternatief voor ons voorstel aan het congres om een fusie met de ACP af te wijzen als mogelijke uitkomst van het huidige bestuursproject op samenwerkingsgebied. Voor alle duidelijkheid: dit voorstel betekent niet dat alle traditionele vormen van samenwerking tussen beide bonden – bijvoorbeeld op IBB- en cao-gebied – moeten worden stilgelegd. Ons voorstel betreft uitdrukkelijk alleen nieuwe initiatieven tot verdergaande samenwerking met de ACP.

Stemadvies
Het hoofdbestuur ontraadt het congres dit voorstel aan te nemen. Een veto op het verkennen en implementeren van verdere samenwerking met de ACP is niet realistisch en sluit niet aan bij de wens van de besturen om zoveel mogelijk samen te werken en de krachten te bundelen.

Het gemiddelde lid op de werkvloer is niet bekend met het onderscheid tussen de verenigingen en verwacht van het lidmaatschap zo goed mogelijke en betaalbare hulp. Daarvoor is het nodig om verdere samenwerking binnen de sector te verkennen en daarin ook stappen te zetten.

Plannen voor verdergaande samenwerking die de werkorganisatie of de vereniging raken zullen altijd ter instemming aan de (vertegenwoordigers van de) leden in de bondsraad of een congres worden voorgelegd.

--------------

39). Bondsraad krijgt instemmingsrecht voor samenwerkingsbesluiten (Rotterdam)

De afdeling Rotterdam is van mening dat iedere stap in een verdergaande samenwerking tussen de NPB en de ACP vooraf moet worden voorgelegd aan de bondsraad – en dus niet pas wanneer die stap al wordt uitgevoerd of daar plannen voor worden gemaakt. Pas nadat de bondsraad heeft ingestemd met een nieuwe stap, kan daar uitvoering aan worden gegeven.

Om dit te regelen wordt aan artikel 16 van de statuten (bevoegdheden bondsraad) een extra lid toegevoegd, dat luidt: (Tot de bevoegdheden van de bondsraad behoort het) vaststellen van nieuwe stappen in de samenwerking met andere vakbonden of verenigingen.

Deze nieuwe bepaling ligt in de lijn van andere in artikel 16 genoemde bevoegdheden van de bondsraad, zoals het vaststellen van de begroting (lid 1), de hoogte van de contributie (lid 2), het algemene jaarverslag (lid 3) en de inzet van de NPB bij cao-onderhandelingen (lid 5). Dit zijn allemaal bevoegdheden die de bondsraad toegekend heeft gekregen op basis van zijn functie als ‘waarnemende ledenvertegenwoordiging’ tussen twee ledencongressen in.

Stemadvies
Het hoofdbestuur ontraadt het congres dit voorstel aan te nemen. Elke samenwerking met andere bonden voorleggen aan de bondsraad is onwerkbaar. Denk aan gezamenlijk met andere bonden optrekken in cao-overleg of werkgroepen.

----------------------------

40). Vasthouden aan afspraken onverenigbare functies (Noord-Holland)

De NPB houdt bij het realiseren van meer samenwerking met de ACP principieel vast aan de huidige afspraken over de onverenigbaarheid van functies binnen de bond, zoals nu nog vastgelegd in artikel 10 (leden hoofdbestuur) en artikel 10a (leden afdelingsbestuur) van het huishoudelijk reglement.

Toelichting
Het heeft ons de afgelopen tien jaar veel energie gekost om deze regelingen af te spreken. Wij willen het bestuur via een congresbesluit op het hart drukken deze spelregels niet op te offeren om meer samenwerking met een andere bond mogelijk te maken.

Stemadvies
Het hoofdbestuur ontraadt het congres dit voorstel aan te nemen. Ten eerste gaat dit voorstel eraan voorbij dat de discussie over de onverenigbare functies binnen de bond nog volop leeft, gezien een aantal andere congresvoorstellen. Met andere woorden: de huidige afspraken zijn wellicht niet blijvend. Ten tweede is het ook onnodig om de opties van het bestuur vooraf op deze manier te beperken. Plannen voor verdere samenwerking met de ACP (en/of andere bonden) en de gevolgen daarvan voor de NPB als vereniging zullen altijd ter goedkeuring aan de leden(vertegenwoordigers) worden voorgelegd.

----------------------------

41). Vasthouden aan afspraken zittingstermijnen (Noord-Holland)

De NPB houdt bij het realiseren van meer samenwerking met de ACP principieel vast aan de huidige afspraken over de zittingstermijnen voor kaderleden, zoals nu nog vastgelegd in artikel 14 (leden bondsraad) en artikel 18 (onbezoldigde hoofdbestuurders) van de statuten en in artikel 14 van het huishoudelijk reglement (leden afdelingsbestuur en OR-kandidaten).

Toelichting
Het heeft ons de afgelopen tien jaar veel energie gekost om deze regelingen af te spreken. Wij willen het bestuur via een congresbesluit op het hart drukken deze spelregels niet op te offeren om meer samenwerking met een andere bond mogelijk te maken.

Stemadvies
Het hoofdbestuur ontraadt het congres dit voorstel aan te nemen. Ten eerste gaat dit voorstel eraan voorbij dat de discussie over de zittingstermijnen binnen de bond nog volop leeft, gezien een aantal andere congresvoorstellen. Met andere woorden: de huidige afspraken zijn wellicht niet blijvend. Ten tweede is het ook onnodig om de opties van het bestuur vooraf op deze manier te beperken. Plannen voor verdere samenwerking met de ACP (en/of andere bonden) en de gevolgen daarvan voor de NPB als vereniging zullen altijd ter goedkeuring aan de leden(vertegenwoordigers) worden voorgelegd.

42 t/m 48). Communicatie tussen bestuur en (kader)leden moet beter

42). Dagelijks bestuur moet beter communiceren (Politieacademie)

Het dagelijks bestuur moet de (kader)leden van de NPB beter gaan informeren over zijn activiteiten, plannen en besluiten. Dat wil zeggen: zo vroeg mogelijk, zo vaak mogelijk en zo volledig mogelijk.

Toelichting
Hoewel we leven en werken in het informatietijdperk communiceert het dagelijks bestuur opvallend weinig met de achterban over zijn werkzaamheden, de inhoud en opbrengst van gevoerde besprekingen, de ontwikkeling van plannen en activiteiten, de wel of niet bereikte resultaten en de prestaties die onder zijn leiding door de werkorganisatie worden geleverd. Het structureel produceren en beschikbaar stellen van deze informatie zou een erezaak moeten zijn voor een bond die democratische besluitvorming en volop werken met gemotiveerde vrijwilligers hoog in het vaandel heeft staan.

Om die ambities waar te maken moet je als bestuur investeren in de betrokkenheid van je kaderleden en je achterban door ze vanuit de machinekamer van de vereniging maximaal van informatie te voorzien – laten weten waar je namens hen mee bezig bent, welke vorderingen en tegenslagen er te melden zijn en natuurlijk op welke punten je hun hulp nodig hebt om je doelen te bereiken.

Stemadvies
Het hoofdbestuur ontraadt het congres dit voorstel aan te nemen. Ten eerste zijn we het niet eens met de stelling dat het dagelijks bestuur de (kader)leden van de bond onvoldoende informeert over zijn werkzaamheden, de ontwikkeling van plannen en activiteiten en de bereikte resultaten. Ten tweede is het voorstel zo algemeen geformuleerd dat het geen praktische aanknopingspunten geeft voor mogelijke verbeteringen.

------------------------

43). Invoering NPB-beleidsplan (Landelijke Eenheid)

Het hoofdbestuur maakt een beleidsplan waarin wordt vastgelegd welke concrete doelen de bond in een bepaalde periode wil realiseren. De uitvoering wordt gaandeweg gecontroleerd op doeltreffendheid en indien nodig bijgesteld conform de PDCA-cyclus (Plan-Do-Check-Act).

Toelichting
De huidige positie van de (vertegenwoordigers van de) leden binnen de besluitvorming van de NPB heeft een te reactief karakter. Het bestuur wacht te lang met duidelijk maken waar ze op koerst, welke besluiten ze wil nemen en waarom. Dit brengt het risico met zich mee van onnodige tijdsdruk en/of te weinig mogelijkheden om andere keuzes te overwegen.

De afdeling Landelijke Eenheid zou graag zien de invloed van de (vertegenwoordigers van de) leden een inhoudelijke impuls krijgt door het (her)invoeren van een beleidsplan. Alleen op die manier kunnen zij bijtijds op relevante wijze met het bestuur discussiëren over de koers van de bond op allerlei terreinen en de resultaten die dat oplevert.

Stemadvies
Het hoofdbestuur werkt aan een missie en visie-document om op basis daarvan een beleidsplan te kunnen uitwerken dat aan de vereniging wordt voorgelegd. De voorbereidingen voor het invoeren van een NPB-beleidsplan zijn dus eigenlijk al in gang gezet. Het hoofdbestuur adviseert het congres dan ook dit voorstel aan te nemen.

---------------------------------

44). Investeren in publicatie van notulen en beleidsnotities (Limburg)

De NPB gaat zijn (kader)leden op een beveiligde plek op internet (app en/of website) actuele informatie aanbieden over de totstandkoming en uitvoering van het bondsbeleid, in de vorm van (bewerkte) vergadernotulen en beleidsnotities.

Toelichting
De (kader)leden van de NPB krijgen van het bestuur opvallend weinig informatie aangeboden over het verloop van de beraadslagingen tijdens vergaderingen van prominente organen als het hoofdbestuur en de bondsraad. Het publiceren van de notulen van deze bijeenkomsten – of een bewerking daarvan – is jarenlang door het bestuur tegengehouden en inmiddels worden er zelfs helemaal geen vergaderverslagen meer gemaakt. Ook de informatievoorziening via zelfgemaakte beleidsnotities en - plannen is binnen onze vereniging nagenoeg tot stilstand gekomen.

De afdeling Limburg vindt dat een spijtige ontwikkeling, aangezien een royale en geestdriftige communicatie op dit terrein kan bijdragen aan meer betrokkenheid bij en waardering voor het vakbondswerk onder de (kader)leden. Ook kan het aanbieden van deze informatie gezien worden als een vorm van verwachtingenmanagement. Wat ons betreft moet de NPB dus zo snel mogelijk weer vergadernotulen en beleidsnotities gaan maken en ervoor zorgen dat zijn (kader)leden deze teksten – al dan niet in bewerkte vorm – in een beveiligde omgeving op internet kunnen lezen.

Stemadvies
Het hoofdbestuur adviseert het congres dit voorstel aan te nemen. Het voorstel komt uit meerdere afdelingen; blijkbaar is er behoefte aan (meer) terugkoppeling vanuit het HB naar de afdelingen.

-----------------------------------

45). Beschikbaarheid notulen HB-vergaderingen (Rotterdam)

De afdeling Rotterdam stelt voor dat van de vergaderingen van het HB notulen worden opgemaakt (met uitzondering van persoonlijke zaken) en dat deze gedeeld worden met de leden van de bondsraad.

Toelichting
De afdeling Rotterdam heeft met enige verbazing en weerzin kennisgenomen van het besluit van het HB om van hun vergaderingen geen notulen meer op te maken en te verspreiden. Momenteel maakt men alleen een actiepuntenlijst, die bij lange na niet de informatie biedt van de notulen van een vergadering. Dit draagt niet bij aan het tot stand komen van meer openheid en transparantie binnen de vereniging.

Het maken van notulen sluit ook goed aan bij het instellen van een vervangend HB lid als bedoeld in congresvoorstel 10 van de afdeling Rotterdam.

Tenslotte heeft het in een gesprek doorgeven van informatie niet die objectieve waarde die er wel bij notulen terug te vinden is. Uitzondering zou kunnen zijn dat persoonlijke zaken niet in de notulen worden verwerkt.

Stemadvies
Het hoofdbestuur adviseert het congres dit voorstel aan te nemen. Het voorstel komt uit meerdere afdelingen; blijkbaar is er behoefte aan (meer) terugkoppeling vanuit het HB naar de afdelingen.

----------------------

46). Uitbrengen NPB-jaarverslag in ere herstellen (Limburg)

Het NPB-bestuur gaat weer serieus werk maken van zijn taak om jaarlijks voor 1 juli een jaarverslag uit te brengen.

Toelichting
De uitstekende traditie om jaarlijks aan de achterban verslag uit te brengen over de geleverde prestaties, gemaakte plannen, bijzondere ervaringen en relevante ontwikkelingen is de afgelopen jaren helaas in de versukkeling geraakt. De afdeling Limburg betreurt dat; wij zien de publicatie van zo’n jaaroverzicht als een impuls voor de betrokkenheid bij en waardering voor het vakbondswerk onder de (kader)leden.

Ook kan het aanbieden van deze informatie gezien worden als een vorm van verwachtingenmanagement. Wij willen deze traditie dus graag weer in ere hersteld zien; zij staat niet voor niets in het huishoudelijk reglement vermeld als een van de taken van het hoofdbestuur.

Stemadvies
Het hoofdbestuur adviseert het congres dit voorstel aan te nemen. Het elke twaalf maanden uitbrengen van een jaarverslag wordt praktisch onvermijdelijk bij de invoering van een jaarlijks ledencongres – een beleidswijziging waar het HB tijdens het congres ook zelf voor zal pleiten.

---------------------------

47). Inlog-optie inbouwen op de NPB-website (Limburg)

De website van de NPB krijgt zo spoedig mogelijk weer een inlog-knop ( Mijn NPB), zodat de bond daarop weer exclusieve informatie kan plaatsen voor zijn (kader)leden.

Toelichting
Bij de totstandkoming van de huidige NPB-website is ervoor gekozen geen inlogfunctie in te bouwen. De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat zo’n speciale ‘dimensie’ toch wel erg handig is als je (kader)leden exclusieve toegang wilt geven tot bepaalde informatie (contactgegevens bijvoorbeeld). De NPB-app is om die reden inmiddels van een inlog voorzien. Om hem optimaal te laten functioneren als informatiekanaal moet dat bij onze website ook zo snel mogelijk gebeuren.

Stemadvies
Het hoofdbestuur adviseert het congres dit voorstel aan te nemen. Het communicatiebeleid dat vijf jaar geleden is ingezet wordt momenteel geëvalueerd. Een proces dat onder andere moet leiden tot verbeteringen in de opzet en gebruiksvriendelijkheid van de NPB-website. Het (laten) aanbrengen van een inlogmogelijkheid voor leden staat daarbij hoog op de prioriteitenlijst.

---------------------

48). Beveiligde e-mailbox afdelingen

De afdeling Landelijke Eenheid stelt voor alle afdelingsbesturen te voorzien van een functionele e-mailbox met de extensie @politiebond.nl. Dit verhoogt de veiligheid van het delen van (vaak gevoelige, operationele) informatie met onze leden, en zorgt voor een professionele en uniforme uitstraling.

Toelichting
Operationele informatie of informatie over politieprocessen mag in principe niet zomaar worden gedeeld, maar bij IBB-zaken ontkomen onze leden daar soms niet aan. De NPB dient hiervoor een veilig klimaat te creëren. Het verstrekken van functionele e-mailboxen met de extensie politiebond.nl kan daaraan bijdragen.

Stemadvies
Het hoofdbestuur adviseert het congres dit voorstel aan te nemen.

49 t/m 53). Meer duidelijkheid over digitale ledenraadplegingen

49). De aanduiding van een digitale stemming onder NPB-leden (Zeeland/West-Brabant)

In de statuten en het HHR wordt het houden van een digitale stemming onder NPB-leden voortaan overal op dezelfde manier aangeduid, te weten als een digitale ledenraadpleging.

Toelichting
In de huidige statuten en het huidige huishoudelijk reglement worden voor het houden van digitale stemmingen drie verschillende benamingen gebruikt, terwijl hetzelfde bedoeld wordt. Artikel 27 van de statuten heeft het over een digitale ledenpeiling. Artikel 14 van het HHR heeft het over een digitale ledenraadpleging. Artikel 20 van het HHR heeft het over een digitale stemming. Dat kan dus duidelijker.

Stemadvies
Het hoofdbestuur adviseert het congres dit voorstel aan te nemen en daardoor te bevorderen dat deze eenduidigheid ook in de herziene 2022-versie van de statuten en het HHR wordt gerealiseerd.

-----------------------

50). Algemene geldigheid 10%-norm bij digitale ledenpeilingen (Zeeland/West-Brabant)

De redactie van statuten/HHR moet optimaal duidelijk maken dat bij alle digitale ledenraadplegingen de 10%-norm van kracht is voor de geldigheid van de stemmen. Daarom wordt in artikel 14 van het huishoudelijk reglement (Ledenvergadering) wordt de verwijzing naar artikel 27 van de statuten (Wijze van stemmen) geschrapt.

Toelichting
In de bepalingen over een digitale ledenpeiling (artikel 27 statuten) en een digitale ledenraadpleging (artikel 14 HHR) wordt uitdrukkelijk vermeld dat de uitkomsten alleen meetellen bij een deelname van minimaal tien procent van het ledenaantal. Artikel 20 van het HHR schrijft voor dat over de benoeming van een hoofdbestuurder namens de afdeling een digitale stemming moet worden gehouden, maar bevat geen bepaling over een deelname drempel die bepaalt of de uitkomsten mogen worden meegeteld.

Het is uiteraard wel de bedoeling dat die deelname-drempel ook bij deze digitale ledenraadpleging gehanteerd wordt. Vandaar het voorstel om voor meer duidelijkheid de verwijzing naar de basisbepaling op dat gebied (artikel 27 van de statuten) weg te halen bij artikel 14 van het huishoudelijk reglement. Dat voorkomt dat er twijfel kan ontstaan over de algemene geldigheid van artikel 27 van de statuten.

Stemadvies
Het hoofdbestuur adviseert het congres dit voorstel aan te nemen en daardoor te bevorderen dat ook in de herziene 2022-versie van de statuten en het HHR optimale (redactionele) duidelijkheid wordt geboden over de algemene geldigheid van de 10%-norm bij digitale ledenraadplegingen.

---------------------------------------

51). Minstens 10% response bij digitale ledenpeiling: uitkomst is bindend (Zeeland/West-Brabant)

Artikel 27 van de statuten wordt dusdanig gewijzigd dat voortaan de uitkomst van een digitale ledenraadpleging bindend is wanneer er voldaan is aan de 10%- norm. Er hoeft dan geen fysieke stemming meer plaats te vinden op een ledenvergadering.

Toelichting
In democratische zin is het houden van twee soorten van stemmingen (digitaal en fysiek tijdens een ledenvergadering) niet gewenst. Wanneer bij een digitale ledenraadpleging aan de 10% norm is voldaan moet de uitslag van die peiling bindend zijn. Wanneer beiden gebruikt worden kan het zo zijn dat leden twee keer kunnen stemmen, digitaal en fysiek. Dat is onwenselijk en vanuit democratisch standpunt bezien niet goed.

Stemadvies
Het hoofdbestuur ontraadt het congres dit voorstel aan te nemen. Wij vinden het geen goed idee om bij een deelname van minimaal 10% van de leden aan een digitale ledenraadpleging geen rekening meer te houden met de uitgebrachte stemmen op een fysieke ledenbijeenkomst. Dat maakt fysieke ledenraadplegingen overbodig, terwijl daar juist de mogelijkheid wordt geboden om standpunten uit te wisselen en het debat te voeren alvorens er gestemd wordt. Hierin ziet het hoofdbestuur de toegevoegde waarde van een fysieke bijeenkomst.

De huidige bepaling over digitaal stemmen in de statuten doet volgens het hoofdbestuur meer recht aan de verenigingsdemocratie. Zij schrijft voor dat een response van minstens 10% bij een digitale ledenraadpleging ertoe leidt dat deze stemmen worden samengevoegd met de stemmen die tijdens de fysieke ledenraadpleging worden uitgebracht. De digitale stemmen tellen dan dus volledig mee bij het bepalen van de meerderheid en kunnen niet overruled worden door de wellicht kleinere groep aanwezigen die op de fysieke bijeenkomst zijn stem uitbrengt. Meerdere keren stemmen is niet toegestaan. De uitgebrachte stemmen moeten daarop zorgvuldig gecontroleerd worden.

---------------------

52). Minder dan 10% response bij digitale ledenpeiling: uitkomst is richtinggevend (Zeeland/West-Brabant)

Is bij de digitale ledenraadpleging niet aan de 10%-norm voldaan, dan moet een daartoe uitgeschreven ledenvergadering uitsluitsel geven. Daarbij geldt de uitslag van de digitale ledenpeiling als richtinggevend.

Stemadvies
Het hoofdbestuur ontraadt het congres dit voorstel aan te nemen. Ten eerste is het merkwaardig om de uitkomst van een digitale ledenraadpleging bij alle deelnamepercentages onder de tien richtinggevend te laten zijn en dus geen onderscheid te maken tussen de uitkomst bij een deelnamepercentage van acht of van twee procent.
Ten tweede maakt het voorstel niet duidelijk wat precies verstaan moet worden onder richtinggevend. Op welke manier kan door een fysieke stemming tijdens de ledenvergadering dan nog verandering worden gebracht in ‘de richting’ van de uitkomst?

--------------------------------

53). Voor elke nieuwe cao-ronde een ledenraadpleging cao-wensen (NPB Jong)

De NPB moet voor elke nieuwe cao-ronde zijn (jonge) leden raadplegen over de gewenste (cao-)onderwerpen via de uitvraagmogelijkheden van de NPB-app en van social media zoals Instagram. Deze aanpak is noodzakelijk als je wilt dat de (jonge) leden zich meer bij de (voorbereiding van) de cao en andere lopende onderwerpen betrokken voelen. Ook kan hierdoor een nieuw inzicht ontstaan in de wensen van de leden als het om (bepaalde) arbeidsvoorwaarden gaat. Uiteraard zonder garanties dat de ingebrachte punten daadwerkelijk onderdeel worden van de onderhandelingen.

Toelichting
Medio 2021 hebben de politiebonden onder bijzondere omstandigheden een kortdurende politie-cao voor één jaar afgesloten. Daarna begonnen direct de voorbereidingen voor de onderhandelingen over een volgende cao. Er is toen besloten om de inzet van de bonden bij deze onderhandelingen hoofdzakelijk samen te stellen uit bestaande en overgebleven onderwerpen van de vorige onderhandelingsperiode. Er werd voor gekozen om geen uitvraag bij leden te doen over wat zij voor deze inzet belangrijk zouden vinden. NPB Jong vindt dat een verkeerde keuze.

Stemadvies
Het hoofdbestuur adviseert het congres dit voorstel aan te nemen. De NPB raadpleegt sinds jaar en dag zijn achterban over de inzet van de bond bij komende cao-onderhandelingen. Daarbij halen we alle communicatiemiddelen uit de kast - ook de app en ook onze sociale media-kanalen. Ook in 2021 zijn de leden voorafgaande aan het cao-onderhandelingen geraadpleegd over de cao-inzet. Alleen is er gekozen voor een andere volgorde dan gebruikelijk: eerst zelf een inzet maken en daarna aan de leden vragen of we iets vergeten waren, waarna wensen die nog niet in beeld waren bij de NPB alsnog zijn toegevoegd.

54). Elke afdeling een activiteitenteam van en voor gepensioneerde leden

Congresvoorstel afdeling Noord-Nederland
De NPB stimuleert dat binnen elke afdeling van de bond een team van gepensioneerde collega’s wordt samengesteld dat activiteiten organiseert om de verbinding tussen de bond en zijn gepensioneerde leden warm houden. Binnen de afdeling zal deze taak als portefeuille worden weggezet om deze zo te bewaken.

Toelichting
Het behoud van zoveel mogelijk gepensioneerde politiemedewerkers als NPB-lid vereist een herkenbare bijdrage van de bond aan het onderlinge contact tussen deze collega’s en hun mogelijkheden om (zijdelings) betrokken te blijven bij het politiewerk en vakbondswerk – juist nadat ze met pensioen zijn gegaan.

Volgens ons bestaat er een grote behoefte onder oud-collega's om elkaar te treffen, te spreken en de verbinding met elkaar te onderhouden. Naast het organiseren van bijeenkomsten kan dit ook door bijvoorbeeld het regelmatig verspreiden van een op de doelgroep afgestemd bulletin met wetenswaardigheden rond actualiteiten en het uitdiepen van oudere gebeurtenissen via interviews met betrokken collega's.

Stemadvies
Het hoofdbestuur laat het oordeel over dit voorstel aan het congres (geen stemadvies) aangezien de afdelingen deze activiteit moeten organiseren. Daarbij willen we wel opmerken dat de NPB sinds kort samen met de ACP een pensioenmedewerker in dienst heeft genomen die behulpzaam kan zijn bij het organiseren van bijeenkomsten rond dit thema voor gepensioneerde leden.

55). Extra capaciteit organiseren door bijklussen gepensioneerde collega’s

Congresvoorstel afdeling Noord-Nederland
De NPB onderzoekt de praktische ruimte om de komende jaren zoveel mogelijk gepensioneerde politiemedewerkers in hun voormalige eenheid in te zetten voor bijvoorbeeld eenvoudige opsporingswerkzaamheden en op die manier de rooster- en werkdruk te verlichten. Op Prinsjesdag 2022 publiceert de NPB zijn bevindingen en aanbevelingen.

Toelichting
De werkgever heeft de afgelopen acht jaar onvoldoende geïnvesteerd in de tijdige opleiding van voldoende nieuwe collega's om de uitstroom van de babyboomers te kunnen opvangen. Vandaar dat de Nationale Politie de komende jaren zal blijven kampen met een ongekende hoge onderbezetting en de medewerkers met een ongekend hoge werk- en roosterdruk.

De (extra) inzet van gepensioneerde collega's zou die druk kunnen helpen verminderen. De NPB kan op dit gebied een stimulerende rol spelen door te zorgen voor meer duidelijkheid over de de praktische mogelijkheden, zowel wat betreft het soort werkzaamheden dat voor deze inzet in aanmerking komt, de verlichting die dat oplevert en natuurlijk de bereidheid onder de gepensioneerde medewerkers om deze klussen op zich te nemen.

Stemadvies
Het hoofdbestuur adviseert het congres dit voorstel niet aan te nemen. Over het stimuleren van gepensioneerde politiemedewerkers om langer inzetbaar te blijven voor het korps zijn meerdere CAO-afspraken gemaakt. Enerzijds via een tijdelijke aanstelling na pensionering, anderzijds als vrijwilliger. In het kader van het capaciteitsgebrek wordt besproken in hoeverre de eenheden deze afspraken actief en slim uitvoeren. Dat is dus een actueel onderwerp van gesprek. Daarnaast als NPB alsnog een eigen onderzoek (laten) verrichten is overbodig.

56 en 57). Meer duidelijkheid over bijdrage NPB aan OR-verkiezingen

56). Borging deelname NPB-afdelingen aan OR-verkiezingen (Rotterdam)

De afdeling Rotterdam stelt aan het congres voor om binnen de vereniging de verplichting op te nemen om in iedere eenheid mee te doen aan de OR-verkiezingen. Er wordt dus in iedere eenheid een kandidatenlijst aangeleverd.

Toelichting
De afdeling Rotterdam heeft met enige verwondering gekeken naar de laatste OR-verkiezingen, waarbij er afdelingen zonder NPB-lijst de verkiezingen in gingen. Naar het idee van de afdeling Rotterdam was dit niet overeenkomstig het gestelde in artikel 4 van de statuten onder f en is er behoefte aan een meer duidelijke uitleg over de ondersteuning van de vakbond tijdens de OR-verkiezingen.

Het zou volgens de afdeling niet aan het vrije veld overgelaten moeten worden of een afdeling wel of niet een lijst indient. Indien zulks niet mogelijk is dan moet er vanuit de NPB-werkorganisatie of vanuit andere afdeling hulp komen, zodat het uitbrengen van een lijst uiteindelijk wel mogelijk is. Het is namelijk van bijzonder belang dat de afdelingen ook goed op de hoogte zijn van de zaken die in de OR spelen. Daarnaast is het voor de OR van bijzonder belang om de koers van de NPB te kennen. Fractie-overleggen met de afdelingen kunnen ook alleen maar indien er ook een NPB-fractie in de OR aanwezig is.

Stemadvies
Het hoofdbestuur ontraadt het congres dit voorstel aan te nemen. De praktische invulling van de medezeggenschap bij de politie en de rol van de bonden in dat krachtenveld is momenteel onderwerp van discussie. In plaats van nu alvast dwingend vast te leggen hoe de bond punt f van artikel 4 van de statuten over vier jaar moet invullen voelen wij meer voor het omarmen van het volgende congresvoorstel over hetzelfde onderwerp van de afdeling Noord-Holland.

---------------------------

57). Standpunt effectieve medezeggenschap uitwerken (Noord-Holland)

De NPB ontwikkelt de komende twee jaar een duidelijk en realistisch standpunt over de inrichting van de medezeggenschap bij de politie die voor de medewerkers het meest effectief is en die de bond voortaan in het belang van zijn leden zal nastreven.

Toelichting
De huidige inrichting van de medezeggenschap bij de politie staat ter discussie. Het werven en presenteren van potentiële personeelsvertegenwoordigers verloopt grotendeels via de vakbonden. Dat lijkt op gespannen voet te staan met de beoogde ongebondenheid van de OR leden, maar in de praktijk krijgen de politiebonden voor al hun investeringen in OR verkiezingscampagnes weinig invloed op het doen en laten van ondernemingsraden terug. Tegelijk bestaat het risico dat de huidige aanpak (= door de vakbondslijsten gedomineerde verkiezingen) geschikte kandidaten tegen de borst stuit en dus uit beeld houdt.

De sluimerende onvrede over de huidige aanpak heeft geleid tot opvallende initiatieven. In Limburg hebben de bonden vooraf een zetelverdeling afgesproken en ieder voor zich het benodigde aantal kandidaten geleverd, zodat er geen verkiezingen meer noodzakelijk waren. In Den Haag hebben de NPB en de ACP de OR-verkiezingen in 2021 helemaal links laten liggen. In plaats daarvan zijn ze begonnen aan het ontwikkelen van een nieuwe vorm van medezeggenschap buiten de ondernemingsraad om.

Binnen de NPB is afgelopen jaren weer heftig gediscussieerd over de verenigbaarheid van kaderfuncties met het OR-lidmaatschap en over het aantal keren dat een collega zich via de NPB kandidaat mag stellen voor de OR.

Kortom: hoog tijd voor de NPB om dit onderwerp eens serieus uit te diepen en – in nauwe samenspraak met de afdelingen uiteraard – een duidelijke en realistische visie op de relatie tussen de vakbond en de medezeggenschap te formuleren, die als het richtsnoer kan dienen bij toekomstige beleidskeuzes.

Stemadvies
Het hoofdbestuur adviseert het congres dit voorstel aan te nemen.

58) Afschaffen functie-eis boa-certificaat bij eerder behaald politiediploma

Congresvoorstel afdeling Noord-Nederland
Een politiemedewerker die al over een politiediploma beschikt en een functie uitoefent of wil gaan uitoefenen waarvoor een boa-certificaat noodzakelijk is, moet voor het verkrijgen daarvan nu verplicht (en keer op keer) de boa-opleiding volgen. In sommige gevallen kan men gebruikmaken van een vrijstelling van vijf jaar. De NPB moet zich sterk (blijven) maken voor het beëindigen van deze merkwaardige situatie.

Toelichting
De onbegrijpelijke boa-verplichting bovenop het politiediploma is voor veel collega’s een grote ergernis. Dat is vooral omdat zij erop lijkt te wijzen dat de werkgever te weinig oog heeft voor de individuele medewerker en de kwalificaties die hij (al) in huis heeft. Daarnaast zal het vaker gaan voorkomen dat collega’s die al in bezit zijn van een politiediploma op een functie komen waarvoor een boa-certificaat vereist is. Dan kost het de werkgever tijd en geld om deze collega’s op te leiden, wat niet wenselijk is en eigenlijk ook niet nodig.

Stemadvies
Het hoofdbestuur adviseert het congres dit voorstel aan te nemen. Het is een merkwaardige situatie dat executief generieke medewerkers die op een ath/boa-functie terechtkomen elke vijf jaar de boa-opleiding dienen te volgen. Ook voor medewerkers die werkzaam zijn in een ath/boa-vakgebied, zoals I&S, is het vaak een doorn in het oog dat men om de vijf jaar een opleiding moet volgen die (behoudens de opsporingsbevoegdheid) niet gericht is op hun feitelijke dagelijkse werkzaamheden.

59 en 60). Meer opties voor aantonen werk- en denkniveau (doorstroom)

De afspraken over het loopbaanbeleid die in de cao 2018-2020 zijn gemaakt, brengen veel kansen met zich mee voor huidige en aanstaande politiemedewerkers. Helaas blijkt steeds vaker ook dat de ontwikkeling van talentvolle collega’s tot stilstand komt en ze vanwege de huidige capaciteitsproblemen, hun persoonlijke situatie of andere omstandigheden niet in de mogelijkheid zijn om een stap in hun ontwikkeling te zetten. Vaak komt dit doordat talenten en competenties van medewerkers onvoldoende inzichtelijk zijn en/of niet meetellen bij het voldoen aan de gestelde harde eisen (HBO/WO werk- en denkniveau). Daarom hoopt NPB Jong dat onderstaande voorstellen tijdens de arbeidsvoorwaardelijke gesprekken door de NPB-onderhandelaars worden meegenomen naar de onderhandelingstafel.

59). Meetellen assessments, EVC’s en certificaten bij aantonen van iemands werk- en denkniveau (NPB Jong)

Bij onderhandelingen over verbeteringen in het loopbaanbeleid zal de NPB erop aandringen dat bij interne sollicitaties naar een hogere uitvoerende functie de mogelijkheid terugkomt om assessments, EVC’s, diploma’s en certificaten waar mogelijk weer mee te laten tellen bij het aantonen van harde eisen en/of gevraagd werk- en denkniveau.

Stemadvies
Het hoofdbestuur ontraadt het congres dit voorstel aan te nemen. De huidige opleidingsprofielen voorzien al in de mogelijkheid om een diploma te vervangen door een EVC en gevraagd werk- en denkniveau aan te tonen via werkervaring. Tevens is in de nieuwe politie-cao 2022-2024 afgesproken dat het assessment wordt toegevoegd aan de instrumenten om te bepalen of een medewerker geschikt is voor een functie, voldoet aan het gevraagde werk- en denkniveau en nog ontwikkelpunten heeft. Waarbij expliciet is afgesproken dat het assessment op zichzelf geen kwalificerend instrument is voor een functie.

De NPB zet zich er actief voor in dat deze mogelijkheden gemakkelijk beschikbaar zijn en daadwerkelijk worden ingezet. Dit voorstel voegt daaraan het certificaat toe. Met de afgesproken instrumenten acht de NPB voldoende instrumenten beschikbaar.

---------------------------

60). Invoeren standaard-getuigschrift van leidinggevenden over iemands werk- en denkniveau (NPB Jong)

Bij onderhandelingen over verbeteringen in het loopbaanbeleid zal de NPB erop aandringen dat dat er een formulier wordt ontwikkeld waarop een leidinggevende zijn oordeel over het werk- en denkniveau van een medewerker kan vastleggen. Dit document kan vervolgens bij een sollicitatie worden gebruikt als bewijs van het voldoen aan de gestelde harde eisen van de desbetreffende functie.

Stemadvies
Het hoofdbestuur ontraadt het congres dit voorstel aan te nemen. Harde eisen zijn normaliter diploma’s zoals opgenomen in de opleidingsprofielen. Ook te vervangen door een EVC. Een formulier kan nooit de plaats innemen van een harde eis zoals een diploma.

61). Aanjagen inclusieve werkcultuur via maatwerk (nieuwe LFNP-functie)

Congresvoorstel afdeling Noord-Nederland
De NPB gaat een plan van aanpak schrijven voor het bevorderen van een (meer) inclusieve werkcultuur binnen de politieorganisatie en neemt daarbij het waarborgen van voldoende ruimte voor persoonlijk maatwerk als uitgangspunt. Tevens vraagt de NPB de functie van deze aanjagers op te nemen in het LFNP in plaats van projectmatig wegzetten.

Toelichting
Sinds jaar en dag probeert de Nederlandse politieorganisatie de cultuur op de werkvloer te verbeteren door de traditionele waardering voor de groepsbinding die het politiewerk met zich meebrengt te combineren met (meer) waardering voor individuele vrijheden en verschillen. Het doel is steevast om zoveel mogelijk Nederlanders met plezier bij de politie samen te laten werken, ongeacht hun verschillen op het gebied van godsdienst, levensovertuiging, ras, geslacht, seksuele voorkeur, nationaliteit, afkomst, burgerlijke staat, leeftijd of gezondheid.

Het gekozen middel om dat doel te bereiken is steevast het optuigen van grootschalige (landelijke) projecten, met als meest recente voorbeeld Politie voor iedereen. Het nadeel van deze projecten is dat het uitvoeren ervan toch min of meer moet passen in het politiesysteem. Daardoor laat hun opzet meestal te weinig ruimte voor het persoonlijke maatwerk dat nodig is om de gewenste culturele veranderingen te bereiken. Ook is het bijsturen van de werkcultuur op projectbasis per definitie tijdelijk – net als daardoor wellicht de bereikte resultaten.

De NPB zou zich als vakbond kunnen onderscheiden door een sociale onderhoudsmethode uit te werken die blijvend van waarde kan zijn als aanjager van de inclusieve werkcultuur. Dit kan bereikt worden door deze activiteit als functie weg te zetten binnen het LFNP.

Stemadvies
Het hoofdbestuur ontraadt het congres dit voorstel aan te nemen. Het hoofdbestuur is het eens met de stelling dat de NPB zich sterk moet maken voor het bevorderen van een inclusieve werkcultuur. Maar een cultuurverandering bewerkstellig je niet met het benoemen van een functie in het LFNP.

Het hoofdbestuur is het ook eens dat het bevorderen van een inclusieve werkcultuur een voortdurend traject is en niet een tijdelijk project.

Het hoofdbestuur stelt voor dat zij samen met de andere politievakbonden en samen met het korps een plan van aanpak gaat schrijven voor het bevorderen van een (meer) inclusieve werkcultuur binnen de politieorganisatie en neemt daarbij het waarborgen van voldoende ruimte voor persoonlijk maatwerk als uitgangspunt.

62 en 63). Meer aandacht voor mentale blessures organiseren

62). Elke vijf jaar een mental check up voor operationele politiemedewerkers (NPB Jong)

Bij onderhandelingen over verbeteringen van arbeidsomstandigheden zal de NPB erop aandringen dat elke operationele collega elke vijf jaar een mental check up krijgt aangeboden.

Toelichting
De afgelopen jaren zijn te veel collega’s mentaal geblesseerd geraakt en is een te groot aantal gediagnosticeerd met PTSS.

Stemadvies
Het hoofdbestuur adviseert het congres dit voorstel aan te nemen.

--------------------------------

63). Een jaarlijkse Dag van de mentale blessure (NPB Jong)

De NPB neemt samen met andere bonden uit de veiligheidssector en zorg het initiatief voor een jaarlijkse ‘Dag van de mentale blessure’ waarop extra aandacht wordt gevraagd voor mensen met mentale blessures (zoals PTSS). Daarbij kan extra de aandacht gegeven worden aan wat hiervan de oorzaak is en wat voor gevolgen dit voor de getroffen collega’s en hun omgeving heeft.

Toelichting
Zo’n speciale Dag kan zorgen voor meer aandacht voor en inzicht in de impact van het werk in de veiligheidssector op de mentale gesteldheid van medewerkers uit deze sector.

Stemadvies
Het hoofdbestuur ontraadt het congres dit voorstel aan te nemen. Dat heeft als enkele reden dat er in het verleden zeer slechte ervaringen mee opgedaan zijn, aangezien ze kunnen leiden tot het triggeren van (nog niet onderkende) PTSS-klachten bij de deelnemers maar ook bij deelnemers met PTSS tot veel onrust kunnen leiden tijdens de bijeenkomst. Reden waarom professionele organisaties zoals Arq deze dagen niet meer organiseren.

De NPB wil daarom werken aan dit onderwerp via andere manieren, zoals het overleg over het nieuwe stelsel beroepsziekten, communicatie, cao-overleg en overleg met andere organisaties met verstand van zaken over dit onderwerp. 

1 en 2). Reboot statuten en huishoudelijk reglement van de NPB

1). Invoering geactualiseerde en meer gebruiksvriendelijke statuten (Hoofdbestuur)

2). Invoering geactualiseerd en meer gebruiksvriendelijk huishoudelijk reglement (Hoofdbestuur)

De huidige bepalingen in de statuten en het huishoudelijk reglement worden vervangen door meer toegankelijk geformuleerde teksten, waar nodig inhoudelijk aangevuld en geactualiseerd en uiteindelijk in logische samenhang gepresenteerd. Dat maakt van de statuten en het HHR vanaf 2022 hopelijk meer uitnodigende en relevante informatiebronnen – zowel voor leden van de vereniging als voor andere geïnteresseerden in het karakter van de bond en de spelregels die de leden in de loop der jaren samen hebben afgesproken.

Toelichting
In de afgelopen dertig jaar is er weinig zorg en aandacht besteed aan de toegankelijkheid van de teksten van de statuten en het huishoudelijk reglement. Na elk ledencongres werden op grond van ingediende congresvoorstellen vaak vrij impulsief veranderingen aangebracht en her en der nieuwe bepalingen geplaatst. Deze jarenlange wildgroei heeft de bruikbaarheid van beide documenten aangetast en daarmee ook hun regulerende en normerende functie binnen de vereniging.

De voor het ledencongres in 2022 gerealiseerde herziening bestaat uit een ingrijpende redactieslag om de leesbaarheid en duidelijkheid te vergroten in combinatie met inhoudelijke aanvullingen om de geldigheid en volledigheid te optimaliseren.

Aanpak
Het hoofdbestuur heeft van de statuten en het huishoudelijk reglement een volledig herziene versie gemaakt. De redactionele verbeteringen zouden moeten blijken uit het verhoogde lezersgemak; de inhoudelijke wijzigingen zijn te volgen via een handleiding. Dit moet het voor de afdelingen en adviesorganen mogelijk maken voorafgaand aan het ledencongres desgewenst amendementen (verbeterpunten) in te dienen op specifieke (inhoudelijke) wijzigingen in de statuten en het HHR. Die kunnen dan behandeld en in stemming gebracht worden tijdens het congres.